ABEL, 9 december
Luc Cielen in Rinkkrant 909 van 9 december 2005
De eerste mensen, Adam en Eva, werden al vroeg in de christelijke traditie tot heiligen verheven, ondanks hun zonde die er de oorzaak van is dat het hele mensdom de paradijselijke toestand moet ontberen.
Toen zij uit het Aards Paradijs waren verdreven, verwekte Adam bij Eva kinderen. Eerst twee jongens, daarna drie meisjes en later nog vele nakomelingen. Adam werd trouwens 930 jaar oud, tijd genoeg dus om de wereld te bevolken. Maar bij hun eerste twee kinderen liep het al fout. Het waren twee heel tegengestelde naturen: Kaïn was donker van opzicht, stevig gebouwd, ruig behaard. Kortom een natuurmens. De tweede zoon was bleker van huid, zacht behaard en zacht van karakter.
Staat dat wel in de bijbel?
Laten we maar eens eerst lezen hoe het in Genesis wordt verteld:
“De mens had gemeenschap met zijn vrouw Eva; zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld en zij sprak: ‘Door Jahwe’s gunst heb ik een mannelijk kind voortgebracht. Vervolgens baarde zij Abel, zijn broer. Abel werd schaapherder en Kaïn landbouwer.”
Er staat niets over de karakters van de twee zonen. Dat hebben latere vertellingen eraan toegevoegd om het verhaal nog wat dramatischer te maken.
In de Joodse legenden wordt het verhaal vrij uitvoerig behandeld en lezen we ook hoe het komt dat er ruzie is tussen Kaïn en Abel. Adam had hen elk een taak op aarde toegewezen, de een boer, de ander herder. In Genesis staat: ‘Na verloop van tijd bracht Kaïn een offer aan Jahwe van de vruchten van de grond. Ook Abel bracht een offer, de eerstgeborenen van zijn beste schapen. Jahweh zag genadig neer op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg hij geen acht.’ Niet helemaal eerlijk van Jahwe, zou ik denken. Kaïn is de eerste die een offer brengt; hij is écht de eerste mens die aan God offert. Een lumineus idee. Waarom is Jahweh dan niet tevreden? Omdat Abel de idee van Kaïn overneemt, maar dan met het beste van zijn kudde? In Genesis staat helemaal niet wat Kaïn geofferd heeft, maar ik kan vermoeden dat het toch ook wel mooie vruchten des velds zullen geweest zijn. Waarom zou hij op het idee komen om een offer te brengen aan God en dan rommel opstoken? Of was hij gewoon wat rommel en onkruid aan het opstoken en heeft Abel gedacht dat Kaïn een offer bracht en dacht God dat misschien ook? Ach, het blijkt het eerste grote misverstand te zijn in de geschiedenis van de mensheid. Terwijl de bijbel er niets over zegt, vertelt de legende dat Kaïn verdorde en verdroogde vruchten offerde. Verhalen gaan altijd wat meer in detail en voegen kleur toe om het effect te vergroten. Als de legende gelijk heeft, dan begrijp ik niet waarom Kaïn in woede ontsteekt als Jahwe zijn offer niet aanvaardt. Dat had hij toch wel kunnen verwachten, zeker.
Maar goed, Genesis vertelt verder, heel sec: ‘Een wilde woede greep Kaïn aan en zijn gezicht werd grimmig. Nu zei Jahwe tot Kaïn: ‘Waarom zijt gij woedend en staat uw gezicht zo grimmig? Als gij het goede doet is er opgewektheid, maar doet gij het goede niet, dan loert de zonde als belager aan uw deur, begerig u te grijpen. Zult gij hem meester kunnen blijven?’ Daarop zei Kaïn tot zijn broer Abel: ‘Laten we gaan wandelen.’ En toen zij buiten waren, viel Kaïn zijn broer aan en vermoordde hem.’
In de legende staat het enigszins anders: Kaïn en Abel gingen eens naar het veld om hun werk te doen. Kaïn ploegde zijn akker en Abel weidde zijn schaapjes. Opeens liep de kudde van Abel over de akker van Kaïn. Kaïn werd woedend op Abel omdat die onvoldoende op zijn schapen lette. Hij liep naar Abel en zei: “Wat heb jij nu ineens? Waarom weidt jij je schapen op mijn akker en kom je wonen waar ik woon?” Abel antwoordde: ‘Gij eet toch ook het vlees van mijn schapen en je verwarmt je met de wol van hun vacht. Als jij mij de wol teruggeeft en het vlees betaalt dat je gegeten hebt, dan wil ik mijn schapen wel van je land halen.’ Kaïn werd daarop wit van woede en greep Abel vast. Heel even was hij nog voldoende bij zinnen om te beseffen dat als hij Abel zou doden, er bloedwraak over hem zou komen. Hij riep: “Wie gaat uw bloed op mij vergelden?” Abel zei: “God, die alles weet en ziet, zal mijn bloed over u laten komen.” Nu was de maat vol bij Kaïn, van zoveel hoogmoed bij zijn broer was hij niet gediend. Hij greep zijn ploegijzer en sloeg Abel dood.
Een ploegijzer? Dat bestond nog niet in Kaïns dagen, het is pas een van zijn nakomelingen, Tubal-Kaïn die het smeden van ijzer zal uitvinden. In een andere legende is het dan ook gewoon een stok, een knuppel, waarmee Kaïn Abel neerslaat. In de esoterie is het noch ijzer, noch hout, maar een ezelskaakbeen dat het instrument is van de eerste moord.
In de legende wordt de moord niet gekoppeld aan het offer, en dat is wel helemaal anders dan het verhaal dat wij steeds weer te horen kregen. Abel pikte niet alleen het idee van het offer, hij liet zijn schapen ook de akker vernielen en sprak hoogmoedige taal. Dat lijkt me allemaal veel menselijker dan wat bijbel en christenen ervan gemaakt hebben.
Nu wilde Kaïn weglopen om de wraak van zijn ouders te ontlopen. Maar voor God kon hij zich niet verbergen. God sprak tot hem: “Waar is uw broer Abel” Alsof God dat al niet wist. Kaïn sprak toen de gevleugelde woorden: “Dat weet ik niet. Moet ik dan op mijn broer passen?” Toen zei Hij: “Wat hebt gij gedaan? Hoor, het bloed van uw broer roept uit de grond tot mij! Daarom zult gij vervloekt zijn, verbannen van de grond die zijn mond heeft geopend om uit uw hand het bloed van uw broer te ontvangen! De grond die gij bewerkt zal niets meer opbrengen; een zwerver en een vagebond zult ge zijn op de aarde!” Toen zei Kaïn tot Jahwe: “Die straf is te zwaar om te dragen. Gij verdrijft mij van de bebouwde grond en ik zal ver van U moeten blijven. Ik zal een zwerver en een vagebond zijn op de aarde en ieder die mij ontmoet kan mij doden.” Maar Jahwe antwoordde: “Neen, wie het ook is die Kaïn doodt, hij zal het zevenvoudig boeten.” En Jahwe gaf Kaïn een merkteken om te voorkomen dat ieder die hem ontmoette hem zou doden. Daarna trok Kaïn weg uit Jahwe’s nabijheid en vestigde zich in het land Nod, ten oosten van Eden. Daar krijgt Kaïn zijn zoon Henoch, die de eerste stad op aarde sticht. Henoch krijgt Irad, Irad krijgt Mechujaël. Diens zoon heet Methusaël. En diens zoon is Lamech. Lamech is de eerste man die aan polygamie deed: hij had twee vrouwen. Die baarden hem drie zonen: Jabal, Jubal en Tubal-Kaïn. Jabal is veehoeder en maakt de eerste tenten om in te wonen, hij is de stamvader van de nomaden. Jubal is de meest kunstzinnige, hij is de eerste die een cither maakt en bespeelt; hij snijdt ook de eerste fluit en speelt erop. Hij is de stamvader van de muzikanten. Tubal-Kaïn is de eerste smid. Hij ontdekt hoe koper, brons en ijzer kunnen gesmolten en bewerkt worden. Het eerste voorwerp dat hij maakt is een zwaard. Hij is de stamvader van allen die het ijzer bewerken.
Het is toch opvallend dat God Kaïn straft, maar toch ook weer beloont. Hij moet dan toch wel ingezien hebben dat er verzachtende omstandigheden waren bij de moordaanslag. In feite komt juist door het optreden van Kaïn de mensheid op kruissnelheid: men begint allerhande dingen te vervaardigen, te ontdekken en uit te vinden. En dat gaat zo maar door tot op vandaag.
Terug naar Abel. Zijn lijk ligt daar, zijn trouwe herdershond blijft erbij en bewaakt het. Tegen de avond zijn Adam en Eva op zoek gegaan omdat noch Kaïn noch Abel thuis zijn gekomen. Eerst horen ze de hond, dan zien ze wat er gebeurd is. Maar ze weten niet wat ze moeten doen met het lijk. Het is de eerste keer dat er een mens gestorven is op aarde.
Plots zien ze een raaf, verderop op de akker. De vogel staat bij een oude, afgeleefde raaf die gestorven is. Ze zien hoe de raaf een gat graaft in de grond, daarin de dode vogel stopt en daarna met aarde overdekt. Zo doen Adam en Eva dan ook en houden de eerste begrafenis in de mensheidsgeschiedenis.
Omdat de raaf aan Adam en Eva heeft voorgedaan hoe ze een lijk moesten begraven heeft God de raaf een beloning geschonken. Vanaf dan zijn de jongen die uit het ei kruipen wit. De ouders denken dan dat ze een slangengebroed hebben gekregen en vluchten weg van het nest om er nooit meer terug te keren. Dan zorgt God er zelf voor dat de jonge raafjes niets tekort komen. Hij luistert zelfs naar hen, en als zij om regen smeken, dan schenkt Hij die ook.