ARTHUR
Toneelspel voor de zesde klas
Luc Cielen
juni 1991
  Printvriendelijke versie
Korte beschrijving van het spel:
1. Merlijn komt op uit de achtergrond. De achtergrond is volledig in het duister gehuld. Alleen Merlijn krijgt belichting van de volgspot.
Merlijn roept de helden op. Telkens komt het personage uit de duistere achtergrond naar voren maar verdwijnt weer in het duister. Achter Merlijn is het in het schemerduister een weven van personen die gaan en komen.
Dan gaan de personages naar de rechterkant (cŰtť cour) van het toneel en plaatsen zich aan de ronde tafel.
2. Merlijn nodigt hen uit hun verhaal te vertellen.
Het personage dat vertelt staat op en begint zijn verhaal. Het komt dan op het podium en begint te spelen. De anderen volgen.
Na elk beeld keert de groep terug naar de ronde tafel en begint de volgende verteller en het volgende spel.
3. De spanning om Lancelot en Modred neemt toe, wat reeds te merken was toen Lancelot zijn avontuur vertelde.
4. De samenzwering van Modred. De eenheid van de tafelronde wordt verbroken.
5. Het bezoek van Lancelot aan Guinevere.
6. Strijd en vlucht van Lancelot. De misleiding van Arthur. De rechtspraak, de brandstapel, de redding van Guinevere door Lancelot.
7. Het verraad van Modred.
8. Het tweegevecht van Gawain en Lancelot. Hoe dit afgebroken wordt door het bericht over het verraad van Modred.
9. De ultieme strijd: het gevecht van Arthur met Modred. 
PROLOOG    
   
    Merlijn komt op van midden achteraan en gaat naar midden vooraan. Alleen de volgspot. 
Merlijn Lang geleden,  
in de vierde era  
van deze schepping,  
toen Christus aan het kruis genageld was  
en gestorven,  
toen Claudius BrittanniŽ verlaten had  
en Hadrianus   
de Romeinse legioenen   
weer naar GalliŽ had gevoerd,   
toen BrittanniŽ   
het toneel was   
van heidendom  
en ketterij,   
van moord en machtsstrijd,   
van vernieling en roof,   
toen vreselijke monsters  
het land bevolkten,   
en ridders,   
die naam onwaardig,   
het volk verdrukten,   
was er slechts ťťn onder hen,   
zuiver van bloed en geest:   
koning Uther-Pendragon.   
Maar overspel  
bracht rampspoed,   
oorlog en vrees.   
Toen kwam het licht   
over BrittanniŽ:   
ARTHUR.   
En met hem  
honderdvijftig in getal,  
ridders,   
  machtige gestalten:  Telkens de speler zijn naam hoort, komt hij op. 
Arthur,  
Bedivere,  
Constantine,  
Ector,  
Gawain,  
Iwein,  
Key,  
Lancelot,  
Leodegran,   
Modred,  
Parsival,  
Pellinore,  
Sagramore,  
Tristan,  
Ulfius.   
    De vrouwen in zwarte kapmantels komen op en bewegen statig tussen de ridders. 
Met magische kracht  
begiftigde vrouwen  
stuurden de wereld  
in het nieuwe licht.   
    Volgspot staat nu op het zwaard gericht. Merlijn is opzij gegaan. Allen kijken naar het zwaard. 
Gesmeed werd   
Excalibur,   
het zwaard  
dat vrede moest brengen.   
    Vrouwen verdwijnen. Ridders zitten bij de ronde tafel. Merlijn staat bij de ronde tafel. Guinevere zit naast Arthur. Alle lichten gaan aan, de volgspot gericht op de ronde tafel en volgt Merlijn als deze naar de aartsbisschop gaat. 
SCENE 1    
   
Merlijn Vertel je historie, Arthur, Merlijn wijst naar Arthur
Je afkomst,   
je jeugd,  
je lotsbestemming.   
   
Arthur Jij, Merlijn,  
hebt mij verteld  
over mijn afkomst,   
en mijn jongste jaren.   
Uther Pendragon was mijn vader,  
vrouwe Igerna mijn moeder.   
Jijzelf was het, Merlijn,  
die hen tezamen hebt gebracht,  
al was hun liefde overspelig,  
en besliste zij over vijandschap en dood.   
Maar jij, Merlijn,  
hebt mij gered.   
In 't verborgene opgevoed,  
was ik een zoon van Ector de Bonmaison,   
broer van Key.   
Ik wist niet beter   
dan dat hij mijn echte broeder was,   
en dat Arthur de Bonmaison  
mijn echte naam was.   
Achttien jaar oud was ik  
toen een vreemd bericht  
zich in BrittanniŽ verspreidde.  
Maar jij, Merlijn,  
weet alles.   
Vertel ons de ware toedracht.   
   
Merlijn Het was de aartsbisschop van Kantelberg  
die mij ontbood.   
    De aartsbisschop komt op. De ridders verdwijnen. 
Aartsbisschop Merlijn,   
mij werd gezegd  
dat jij de wijste bent,   
de wijste man ter wereld.   
Ik vraag je daarom:  
Is het je niet mogelijk  
het land te redden   
van het onheil  
en de ramspoed  
waarin het thans verkeert?   
Achttien jaar is het geleden  
dat de vrede ons werd ontnomen  
met koning Uther Pendragons dood.   
Is het je, Merlijn,  
niet mogelijk  
het land een nieuwe koning te geven  
opdat de vrede zou wederkeren,   
het land weer vereend zou worden,   
en bestuurd met wijsheid  
zoals in de dagen  
van Uther Pendragon?   
   
Merlijn De dag,   
ja zelfs het uur,   
is aangebroken  
opdat wat jij vraagt  
in vervulling zou gaan.   
Een koning zal opstaan,   
groter,  
sterker,  
machtiger,  
edeler zelfs,   
dan Uther Pendragon.   
Hij zal de orde herstellen,   
vredebrenger zal hij zijn.   
Oorlog en onheil  
zal hij uit BrittanniŽ weren.  
En hij zal zijn  
uit het geslacht van Pendragon.   
   
Aartsbisschop Wat je zegt  
klinkt wonderbaarlijk.   
Ik wist niet beter  
of met de dood van Uther Pendragon  
was een eind gekomen  
aan dit vorstelijk geslacht.   
Maar ik vertrouw je woorden.   
Wanneer zal deze koning verschijnen?  
En hoe zullen we weten  
dat hij de ware, echte koning is?   
Hoe zullen wij de keuze maken  
uit de vele koningen   
die thans elkaar bestrijden  
om het bezit van het land?   
   
Merlijn Met jouw goedvinden  
zal ik de keuze bepalen.   
Ik zal zorgen  
dat onder de vele vorsten  
die elkaar om de macht bekampen  
de ťne ware zal opstaan  
die BrittanniŽ   
tot een machtig land   
zal verenigen.   
   
Aartsbisschop Ik vertrouw je volkomen, Merlijn.   
Zorg dat BrittanniŽ  
zijn ware koning vindt.   
   
Merlijn Roep jij alle vorsten,   
edelen en ridders  
in Londen bijeen.   
Vaardig een groot tornooi uit  
en kondig aan   
dat dan de koning   
zal aangewezen worden.   
Ik zal voor  het teken zorgen  
zodat niemand zal twijfelen  
aan mijn keuze.   
    De aartsbisschop weg. Merlijn blijft. Licht uit. Volgspot op Merlijn. 
Die nacht bracht ik naar Londen  
het zwaard,   
bevestigd in de steen.   
En op de kling schreef ik in goud:  
"Hij die het zwaard trekt,  
uit aambeeld en steen,  
hij zal koning van BrittanniŽ zijn,   
hij alleen!"  
    Volgspot op het zwaard gericht in de steen achteraan op het podium. Het volk komt op. Geroezemoes. Merlijn links vooraan op het podium tot de smid hem roept. 
Smid Gisteren was dit zwaard er niet,   
wat heeft dit te betekenen?   
Wat staat er op het zwaard geschreven?   
Priester,   
lees ons voor,  
wat staat erop geschreven?   
  Merlijn gaat naar de steen. 
Merlijn "Hij die het zwaard trekt  
uit aambeeld en steen,  
hij zal koning van BrittanniŽ zijn,   
hij alleen!"  
  Merlijn terug vooraan links op het podium
Smid Een zaakje van niks,   
van niemandal.   
Een grap is het,   
een kostelijke grap.   
Ik zal de klus even klaren,   
mensen, let op;   
hier is uw koning van BrittanniŽ!  
    De smid grijpt het zwaard, trekt en trekt, maar het lukt niet. 
Tovenarij!  
Met toverkunst   
is dit vervloekte zwaard  
vastgeklonken!  
Nog nooit heb ik me   
in mijn kracht laten verslaan,   
maar tegen tovenarij   
kan niemand op.   
    De smid weg, uitgelachen door het volk. Volk weg. Key, Arthur en Ector komen op. 
Key Dit is een uitgelezen kans, vader,  
om te bewijzen  
dat ik een volwaardig ridder ben.   
Ik heb al   
aan vele tornooien deelgenomen.   
Laat me nu naar Londen gaan  
en een poging wagen.   
Misschien lukt het mij  
het zwaard   
uit de steen te trekken.  
Of haal ik in steekspel  
of tweegevecht  
de hoogste eer.   
Laat me de kleuren  
van ons blazoen verdedigen,   
het huis de Bonmaison  
zal niet vernederd worden!  
Ö  
Laat Arthur,   
met mij meegaan   
naar Londen,   
hij kan mijn schildknaap  
en wapendrager zijn.   
Ö  
Laat ons beiden  
naar Londen gaan.   
Het blazoen van ons huis  
de Bonmaison zal schitteren.   
   
Ector Je bent een echte ridder, Key,   
je hebt al bewezen  
ons huis te kunnen verdedigen.   
Je kunt je meten  
met tegenstanders  
even krachtig als jij.   
Ik vertrouw op je.   
Misschien is voor jou wel  
de eer weggelegd  
koning van BrittanniŽ te worden.   
   
Het is goed,   
ik laat je naar Londen gaan  
met Arthur.   
Maar ik ga mee,   
want ik wil met eigen ogen zien  
hoe jij de eer van mijn huis  
verdedigt in steekspel en tweegevecht.   
   
Key,   
Arthur,  
morgen gaan we op weg  
naar Londen.   
   
Merlijn Het lot zal zich voltrekken:  
de zoon van Uther Pendragon,   
zo jong nog en onervaren,  
zal komen.   
Argeloos,   
onbewust,   
niet wetend wat hij doet.   
   
Het steekspel vangt aan.   
    Geroep van volk achter de coulissen. Gejuich, gejammer. 
Heer Key  
verdedigt de kleuren  
van de Bonmaisons.   
Maar het noodlot slaat toe,   
zijn zwaard breekt.   
   
Hij roept:   
"Arthur, breng me een zwaard!"  
En Arthur zoekt  
maar vindt geen nieuw wapen  
voor zijn broer Key.   
   
Arthur Een zwaard!  
Een zwaard voor Key!  
Waar is het zwaard van Ector?   
Ik zocht overal.   
De tijd dringt,   
Key is in gevaar!  
  Arthur komt bij het zwaard in de steen. 
Een ridder vergat zijn zwaard.   
Ik zal het nemen  
en het aan Key geven.   
Daarna zal ik het terugzetten,  
zodat niemand weet  
wat ik gedaan heb.   
    Arthur trekt argeloos  het zwaard uit de steen. 
Key,   
Key,   
Hier, een zwaard!  
    Key neemt het zwaard over, maar is stomverbaasd. 
Key Vanwaar komt dit zwaard?   
Hoe kom je eraan?   
Waar heb je het genomen?   
   
Arthur Ik vond het zwaard van Ector niet.   
Toen herinnerde ik me  
dat vůůr de kerk  
een zwaard in een steen  
was vastgeklonken.   
Ik heb het maar even geleend, Key.   
Ik zal het  
na het gevecht terugzetten.   
Niemand zal weten   
dat ik het zwaard genomen heb.   
   
Key Ik draag in mijn hand  
het zwaard uit de steen.   
Wat kan mij  
het steekspel nog deren.   
Hier, in mijn handen,   
ligt het zwaard dat toebehoort  
aan hem  
die koning van BrittanniŽ zal zijn.   
Zal ik, Key,   
die koning zijn?   
   
Arthur,   
zoek onze vader.   
Zeg dat hij onmidellijk moet komen.   
Dat een zaak   
van groot belang  
hem hier onmisbaar maakt.   
    Arthur weg. Hij komt dan met Ector weer op. Key staat met het zwaard omhooggeheven vooraan. 
Ector Wat is er aan de hand, Key?   
Waarom staakte je de strijd?   
Ben je laf?   
En vlucht je voor het gevecht?   
  Key toont het zwaard aan Ector
Key!  
Het zwaard uit de steen!  
Een uur geleden stond het nog  
vůůr de kathedraal.   
En nu draag jij het in je handen.   
Hoe kom je aan dit zwaard?   
   
Key Ik brak het zwaard in het gevecht,   
maar toen kreeg ik dit zwaard.   
   
Ector "Hij die het zwaard trekt  
uit aambeeld en steen,   
hij zal koning van BrittanniŽ zijn  
hij alleen."   
   
Key,   
als jij dit zwaard  
uit de steen hebt getrokken,   
dan ben jij,   
mijn zoon,   
koning van BrittanniŽ.   
Laat ons zien   
hoe jij dit deed,   
opdat iedereen zal weten  
dat jij het was  
die het zwaard hebt getrokken.   
   
Key,   
steek het zwaard terug  
en trek het er weer uit.   
    Key probeert het zwaard terug te steken, maar dat lukt niet. 
Key Niemand kan het zwaard   
weer in het aambeeld steken.   
   
Arthur Vader,   
laat mij het proberen,   
ik zal het zwaard terugsteken.   
   
Ector Jij, Arthur,   
waarom zou jij dat willen proberen?   
   
Arthur Omdat ik het zwaard  
eruitgetrokken heb.   
Ik heb beloofd het zwaard   
ook weer terug te steken.   
   
Ector Als dat zo is,   
doe het dan.  
Steek het zwaard in de steen  
en trek het er weer uit.   
    Arthur steekt het zwaard terug en trekt het er ook weer uit. Merlijn en de aartsbisschop komen naar hem toe. Arthur knielt en kust de ring aan de hand van de aartsbisschop. 
Aartsbisschop Heb jij, Arthur, de Bonmaison,  
het zwaard uit de steen getrokken?   
   
Arthur Ja, eerwaarde.   
   
Aartsbisschop Ik herhaal:   
Artur, zoon van Ector de Bonmaison,   
heb jij het zwaard  
uit het aambeeld getrokken?   
   
Arthur Ja.   
   
Aartsbisschop Ik vraag je voor de derde keer,   
Arthur,   
om zeker te zijn  
dat je de waarheid spreekt:  
heb jij het zwaard uit de steen getrokken?   
   
Arthur Ja!  
    Klokkengelui. De aartsbisschop kroont Arthur tot koning. Alle ridders komen op. Na de kroning gaan allen aan de ronde tafel zitten. 
   
SCENE 2    
   
Merlijn Vertel, Arthur,  Merlijn staat op en kijkt naar Arthur
hoe je in het bezit kwam  
van het andere zwaard:   
Excalibur.   
  Key springt op
Key Laat mij dit verhaal beginnen,   
heer Koning.   
   
Pellinore Ja, jij was erbij, Key,   
tezamen met Gawain  
en Bedivere,   
toen deze geschiedenis een aanvang nam.   
Gevieren waren jullie  
in het voorjaar  
in het woud van Usk.   
Ik was de ridder  
de Zwarte Ridder,   
die Arthur bijna versloeg!  
   
Key We hoorden slechts het zingen   
van de vogels.   
De hitte lag zwaar over de aarde.   
En stilte heerste alom.   
Toen hoorden we plots geroepÖ.  
    Arthur, Bedivere, Key en Gawain verlaten de ronde tafel en komen op het podium. In de verte roept iemand om hulp. Een schildknaap met een zwaargewonde ridder komen op. 
Arthur Je meester is dood.  
Hoe is zijn naam?   
   
Schildknaap Myles,   
Heer Myles van de Witte Bron.   
Veertien dagen geleden  
zijn wij uit het noorden vertrokken.   
Daar bezat mijn meester  
zeven kastelen.   
Maar hij wilde op avontuur  
en ik moest met hem mee.   
   
Alles ging goed, heer,  
tot we vanmorgen   
bij een kasteel kwamen  
in een vallei  
niet ver hier vandaan.   
Daar zagen we drie vrouwen.   
   
Key Vrouwen?   
   
Schildknaap Drie vrouwen, heer,   
ze speelden een balspel   
op een weide  
niet ver van het kasteel.  
Mijn meester hield bij hen halt  
en vroeg  
of ergens in de buurt  
een avontuur te beleven viel.   
De vrouwen begonnen te lachen  
en zeiden hem  
dat als hij een avontuur wilde beleven  
hij slechts rechtdoor hoefde te rijden,   
tot bij de brug over de rivier.   
Daar zou hij een schild zien hangen  
aan de leuning van de brug.   
Mijn meester hoefde slechts  
op het schild te kloppen  
met zijn zwaard;   
hij zou dan snel merken  
wat er gebeuren zou.   
   
Key En?   
Wat gebeurde er?   
   
Schildknaap Mijn meester en ik  
gingen naar de plek  
die de drie vrouwen  
gewezen hadden.   
Wij kwamen bij de brug.   
Mijn meester trok zijn zwaard  
en sloeg op het schild.   
   
Toen gebeurde er iets verschrikkelijks  
waardoor mijn meester  
nu hier dood ter aarde ligt.  
U zal hem toch begraven?   
En wreken?   
   
Key Bij de eer van het geslacht  
de Bonmaison,   
je meester zal gewroken worden.   
   
Schildknaap De slotbrug van het kasteel  
ging omlaag   
Een ridder,   
in het zwart gekleed,   
kwam in onze richting.   
Hij hield zijn vizier gesloten.  
Maar zijn lans  
hield hij in de aanslag.   
Hij vroeg  
waarom mijn meester  
op het schild had geslagen.   
Hij noemde hem  
een dwaze ridder   
in wit en blauw.   
En vroeg of hij niet wist  
dat ieder  
die op het schild had geslagen  
veroordeeld was  
om tegen hem te strijden  
en verslagen te worden.   
De Zwarte Ridder zei:   
"Ieder die het schild aanraakt  
zal geslagen worden,   
zijn schild neem ik af  
en hang het aan de takken  
van de appelboom."   
En hij wees naar de appelboom  
naast de rivier.   
Wel twintig schilden   
hingen erin.   
Sommige waren besmeurd met bloed,   
andere gedeukt en gehavend  
alsof ze in een zwaar gevecht  
gebruikt waren.   
   
Mijn meester toonde geen vrees.   
"Niemand zal mij mijn schild afnemen,   
zeker niet zonder strijd,"  
riep hij.   
   
Toen reed de Zwarte Ridder op hem in,   
de slag was vreselijk:   
de lans van mijn meester versplinterde,   
maar de lans  
van de Zwarte Ridder  
drong door het schild  
en trof mijn meester in de zij.   
Hij viel.   
De Zwarte Ridder nam zijn schild  
en hing het in de appelboom.   
   
Toen reed hij terug naar zijn kasteel.   
Alleen zijn lach hoorde ik nog.   
Mijn meester was zwaargewond  
en steunend op mij  
moest hij hulp zoeken.   
Zo vonden wij u,   
maar helaas,   
te laat.   
   
Key Uw meester zal gewroken worden.   
   
Arthur Saksen en Picten heb ik verslagen,   
al mijn vijanden uiteengejaagd.   
En nu waagt een ridder het  
deze streek onveilig te maken!  
Ik wil de dood van heer Myles wreken.   
ik wil dat de Zwarte Ridder  
gestraft wordt.   
    De ridders dragen heer Myles weg. Ook Arthur weg. Drie vrouwen komen op en spelen een balspel. Ze stuiven giechelend uiteen als ze Arthur zien komen. Dan komen ze bij hem en buigen. 
Arthur Waar is de burcht  
van de Zwarte Ridder?   
   
Een vrouw Aan de brug over de rivier  
zul je zijn burcht zien.  
En ben je belust op avontuur,   
sla dan op zijn schild.   
Velen zijn je voorgegaan,   
maar niet ťťn keerde weer  
om zijn avontuur  
te vertellen.   
    De vrouwen lopen giechelend weg. Arthur komt bij de brug en slaat op het schild. 
Pellinore Welke dwaas waagt het  
om mijn schild aan te raken?   
Weet hij dan niet  
dat hij onherroepelijk  
met mij moet strijden   
en een gewisse nederlaag hem wacht?   
   
Arthur Jij bent een lafaard  
die mijn ridders doodt  
en hun schild afneemt.   
Met welk recht treed jij zo op?   
   
Pellinore Dit is mijn land!  
Ieder die deze brug over gaat  
doet dit voor eigen rekening.   
Het is mijn recht  
mijn land te verdedigen.   
   
Arthur Dat recht bestaat niet  
sinds BrittanniŽ   
onder ťťn koning werd verenigd.   
Verdedig je!  
Want ik zal recht laten gelden!  
    Gevecht. Het zwaard van Arthur breekt. De Zwarte Ridder wil toeslaan en roept. 
Pellinore Nu ben je in mijn macht!  
De dood zal je deel zijn!  
Tenzij je genade kiest.   
Kniel!  
Kniel voor me,  
dan zal ik je sparen.   
   
Arthur Nooit zal ik knielen voor een ander.   
    Arthur staat op. De Zwarte Ridder heft het zwaard hoog op. Plots komt Merlijn en houdt beide handen hoog.
Merlijn Houd je zwaard in!  
Als je toeslaat  
dood je de hoop van BrittanniŽ.   
En dompel je het land  
in oorlog en verdriet.   
   
Pellinore Wat betekent dit,   
de hoop van BrittanniŽ?   
Wie is deze ridder dan?   
   
Merlijn Niemand minder dan Arthur  
uw koning.   
    Merlijn raakt het voorhoofd van de Zwarte Ridder aan. Deze valt neer. 
Arthur Je hebt de Zwarte Ridder gedood, Merlijn.   
   
Merlijn Hij is niet dood.   
Hij is meer levend dan jij.   
Wanneer hij weer bij zinnen zal zijn  
zal hij je  
als zijn koning herkennen.   
Hij zal een plaats krijgen  
temidden van je ridders.   
Pellinore is zijn naam  
en als ridder van de tafelronde  
zal hij voor jou roem verwerven.   
Volg me,   
ik breng je naar een plaats  
waar je wonden genezen  
en waar je een nieuw zwaard  
zult krijgen,   
want de tijd is gekomen  
dat je het zwaard   
Excalibur  
in je handen zult dragen.   
Het zwaard dat voor jou is gesmeed.  
Het zwaard dat vrede zal brengen  
over het hele rijk.   
Jij zult het zwaard dragen  
tot je zult afvaren   
naar het eiland Avalon.   
Nooit zal iemand   
na jou  
dit zwaard voeren.   
   
Dit is het meer van het Gouden Paleis,   
Arthur,   
daar, over de bergen,   
ligt de vlakte van Camlann,   
waar eens de slag  
zal gestreden worden  
waarin jij zult vallen   
door de hand van je vijand.   
Daarachter ligt Avalon,  
verborgen in de nevels.   
Roep de Vrouwe van het Meer  
Arthur,   
ik zal hier op  je wachten.   
    Arthur gaat achteraan op het podium. Daar ziet hij een arm die een gouden zwaard, bezet met edelstenen, omhoog houdt. De Vrouwe van het Meer komt naar hem toe. 
Vrouwe van het Meer Ik ben de Vrouwe van het Meer, Arthur.   
Het zwaard Excalibur  
wacht op je  
midden in het meer.   
Wil je het zwaard bezitten,   
het aan je zijde dragen?   
   
Arthur Het is mijn enige verlangen  
dit zwaard te mogen bezitten.   
   
Vrouw van het Meer Reeds lang,   
zeer lang  
 ben ik de behoedster van het zwaard.   
Vele jaren wachtte Excalibur  
op zijn bezitter.   
Nu zal het jouw zwaard zijn.   
Maar ťťn gunst moet je mij toestaan  
vůůr je het zwaard mag voeren.   
Beloof me dat,   
wanneer ik ooit zal komen,   
en je om een gunst zal vragen,  
je me deze zal verlenen.   
   
Arthur Alles wat je mij zult vragen  
zul je krijgen.   
Dat beloof ik  
op de eer van Uther Pendragon  
en Arthur, koning van BrittanniŽ;   
   
Vrouwe van het Meer Stap in de boot  
en ga zitten.   
Laat je drijven  
naar het midden van het meer   
 en neem het zwaard Excalibur.   
Laat het je bijstaan  
in alle veldslagen  
die je nog te voeren hebt.   
Maar gebruik het alleen  
voor de verdediging van het recht.   
    Arthur stapt in de boot. Neemt het zwaard. De Vrouwe verdwijnt, de boot ook. Arthur komt terug bij Merlijn vooraan links. 
Merlijn Excalibur is nu jouw zwaard.   
Het zal in jouw handen  
vrede brengen in BrittanniŽ.   
   
Arthur Al had ik alleen   
het zwaard gekregen,   
en niet de schede waarin het past,   
dan nog zou ik al tevreden zijn geweest.   
Zo'n zwaard heb ik nooit eerder gezien.   
   
Merlijn Alleen het zwaard  
zou niet genoeg geweest zijn.   
Zonder de schede   
zou het niets waard zijn;   
het is de schede die belangrijk is.   
Zolang je in het bezit bent   
van de schede  
zul je onsterfelijk zijn.   
Bewaar zwaard en schede goed!  
   
Arthur Nooit zal ik nog afstand doen  
van zwaard noch schede.   
Beide zullen altijd  
aan mijn zijde zijn,   
dag en nacht.   
    Arthur en Merlijn zetten zich weer aan de ronde tafel. 
   
SCENE 3    
   
Modred Vertel ons, Arthur, over Guinevere.   
Over hoe Merlijn  
je keuze afkeurde,   
over Lancelot  
die in opdracht  
haar hand verwierf  
voor jou.   
Maar haar niet helemaal onbevangen  
in jouw naam tegemoet trad.   
   
Arthur Ik vermoed, Modred  
dat je enige achterdocht koestert  
jegens Lancelot.   
   
Modred Verre van!  
hoe zou ik zo iets durven?   
Ik weet maar al te goed  
hoe na Lancelot me aan het hart ligt.   
   
Lancelot Modred,   
ik verbied je verdere insinuaties te maken.   
Ik zal je vertellen  
hoe ik voor Arthur  
Guinevere verwierf.   
   
Key Laat mij vertellen  
hoe het begon.   
  Het was op aandringen van vele onder jullie,   
dat ik met hem   
als eerste sprak  
over een huwelijk.   
Wij wilden allen   
dat BrittanniŽ jarenlang vrede zou kennen.   
Wij wensten daarom   
dat er spoedig  
een troonopvolger  
zou geboren worden.   
ik heb Arthur aangezet  
een vrouw te kiezen.   
   
Bedivere Maar ik was het  
die haar aanwees.   
Ik heb Arthur verteld  
wie Guinevere was.   
   
Key We kwamen bij de burcht Cameliard.   
Daar werden we ontvangen   
door de koning   
en de hele hofhouding.   
   
Bedivere Toen vroeg Arthur aan mij:   
"Wie is die jonge vrouw  
bij de slotbrug?"  
Ik noemde haar naam:   
Guinevere.   
En de naam van haar vader:   
Leodegran.   
   
Arthur Leodegran  
was al jaren mijn vriend.   
En toch wist ik niet  
dat hij een dochter had.   
   
Bedivere Dat kwam omdat hij haar opvoedde  
ver van de anderen,   
haast in het verborgene.   
Hij wilde niet   
dat zij temidden  
van ruw en op strijd belust volk  
zou leven.   
   
Arthur Vanaf dat moment  
waren mijn gedachten  
steeds bij haar.   
   
Key Maar daarvoor waren we niet   
naar Cameliard gegaan.   
We waren er voor de strijd.   
Het was de oorlog   
die ons naar ginder had geroepen.   
   
Arthur Maar ook in de oorlog  
kon ik in gedachten  
niet van haar scheiden.   
ik wist  
dat ik streed voor haar!  
   
Key De overwinning was aan ons!  
   
Modred Jouw gedachten   
waren steeds bij Guinevere.   
Maar wat me nog steeds verbaast  
is dat je Lancelot opdroeg  
naar Leodegran te gaan  
om hem  
haar hand te  vragen.  
Ik was en ben nog steeds je raadgever,  
maar over deze zaak  
sprak je nooit met mij.   
   
Arthur Het is waar, Modred,  
je stond me altijd bij.   
Maar over Guinevere  
kon ik niet met je spreken.   
Er was maar ťťn man  
die mij raad kon geven:   
Merlijn.   
    Arthur gaat naar Merlijn. De ridders verlaten de ronde tafel en gaan op het podium. 
Arthur Ik heb de vrouw gevonden  
die mijn leven vervullen zal.   
   
Merlijn Wie is het?  
   
Arthur Guinevere,   
de dochter van Leodegran.   
   
Merlijn Guinevere Ö  
   
Waarom kies je geen andere bruid?   
Ik ken Guinevere,   
ze is van een zeldzame schoonheid  
maar jou   
zal zij ongeluk brengen.   
ik zie vijandschap  
haat, afgunst en bedrog.   
Jouw rijk zal ten onder gaan  
door haar.   
Kies Guinevere niet.   
   
Arthur Jij predikt altijd ongeluk  
en voorspelt altijd maar rampen, Merlijn.