KOKEN EN BAKKEN
Luc Cielen
in Rinkkrant 912 (13 januari 2006)
In De Morgen stond er vorige dinsdag een noodkreet: "Julie Barratt van het Chartered Institute of Environmental Health zei vorige maand in een conferentie: "Door de populariteit van kant-en-klare maaltijden zijn mensen niet meer in staat om gezonde maaltijden op basis van verse ingrediënten te bereiden. De meisjes leren niet meer koken van hun moeder en door het verdwijnen van het vak huishoudkunde op school, zitten we met een generatie van jonge mensen die niet weten hoe ze een gezonde maaltijd kunnen klaarmaken." Onderzoekers van de Stirling University bestempelen de huidige generatie adolescenten en jongvolwassenen als ‘onbekwaam’: ze kunnen niet koken, naaien of primaire huishoudelijke taken verrichten. Ze kopen misschien wel de boeken van Jamie Oliver, maar proberen de recepten niet uit. Ze kijken naar Nigella Lawson, maar gaan zelf niet achter het fornuis staan."
Of het echt zo’n vaart loopt als de krant laat uitschijnen, weet ik niet. Maar het is wel een feit dat in heel wat gezinnen de kookcultuur niet meer van moeder op dochter wordt doorgegeven. Tijd dus dat de school (weer maar eens) een taak op zich neemt die in feite thuis zou moeten (mogen) gebeuren.
Nu, in Rinkrank hebben we niet gewacht op zo’n alarmerend bericht. Koken en bakken horen toch thuis in elk opvoedingsproces, dus waarom die activiteiten niet integreren in het basisprogramma van de school? Dat is dus ook van bij de start van deze school gebeurd.
Bakken: dat kwam bij elk schoolfeest al aan bod. Dus moest er wel een bakkerij van komen. En nu we elke week brood en dergelijke bakken, is dat een element dat al helemaal verankerd zit in het leerprogramma en het leerproces. Het is bovendien heerlijk om te horen hoe de kinderen komen vertellen dat ze bij iemand op bezoek waren die zelf brood bakte, maar er niets van terecht bracht; en dat zij goede raad konden geven, vanuit hun ervaring in de bakkerij.
Koken: dat gebeurt in de kleuterklassen minstens eenmaal per week. De infrastructuur is er, al is die nog voor verbetering vatbaar. En één kleuterklas moet het jammer genoeg nog steeds zonder de nodige voorzieningen stellen.
Maar hoe zit het in de lagere school?
In elk lokaal is een keukenhoek voorzien, maar ook nog niet afgewerkt. Dat is voor de nabije toekomst. Van zodra die keukenblokjes in orde zijn kan elke leerkracht naar believen koken, wat een nuttige activiteit kan zijn binnen een hele resem lessen. Denk maar aan metend rekenen, bijvoorbeeld. Of een plantkundeperiode waarbinnen groenten en kruiden of paddenstoelen kunnen geproefd worden enz. Of gewoon om soep te maken om het na het zwemmen weer lekker warm te krijgen.
Maar Rinkrank heeft op het vlak van huishoudkunde, en dan vooral koken, nog meer te bieden:
Twee weken per schooljaar is er de kookperiode of ‘gastronomieperiode’ waarin de kinderen van de zesde klas de basisbeginselen en de fijne kneepjes leren kennen van de biologisch-vegetarische keuken.
Biologisch: dat staat buiten kijf. Het is een van de basisideeën van deze school. Wat de school aan de kinderen aanbiedt moet biologisch zijn.
Waarom? Er zijn verschillende redenen daartoe.
Gezondheid: bio-producten zijn sowieso niet met chemische middelen behandeld: geen groeistimulatoren, geen bestrijdingsmiddelen, geen conserveermiddelen. Dat komt ieder kind ten goede.
Tussen haakjes:
(Om die reden geven we bij voorkeur - en zeker in de kleuterschool - geen kraantjeswater: dat is misschien chemisch wel zuiver en drinkbaar, maar bijvoorbeeld residuen van hormonen (denk maar aan ‘de pil’ bijvoorbeeld) kan men er nog steeds niet uit verwijderen. En hoe zit het met resten van drugs, en antibiotica uit landbouw en menselijke consumptie? We kunnen toch maar best op veilig spelen en de kinderen water aanbieden dat een meer natuurlijke oorsprong heeft, ook al is het dan op flessen afgevuld en gepasteuriseerd.)
Respect: bio-boeren en -tuinders werken met respect voor de natuur. Het kan zijn dat je dat niet proeft in hun producten (maar lees eens dat nieuwe boek: De Dikke Van Dam, culinair journalist die er toch maar weer op wijst dat bio steeds smaakvoller is), maar het gaat hem om het ‘weten’ dat dat respect er is. Dat het niet alleen inkomen en winst zijn die de productiemethode bepalen.
Er zijn nog andere redenen te bedenken om voor bio te kiezen, maar die twee volstaan al ruimschoots om de keuze te verantwoorden.
Vegetarisch?
Het is niet omdat ik nu bijna veertig jaar geleden het eerste strikt vegetarische restaurant van België opende (je kan er nog steeds gaan eten: Lukemieke is de naam, en je vindt het in de Vlamingenstraat in Leuven), dat ik kies voor de vegetarische keuken. Ik lust ook graag een goed stuk bio-vlees, of vis uit de zee, maar de vegetarische keuken heeft het voordeel dat je er groenten op alle mogelijke manieren leert bereiden en verwerken. En dat is hoe dan ook een enorm pluspunt in de keuken. Bovendien is het gebruik van granen en peulvruchten een noodzaak in de vegetarische keuken, en dus zijn er ook veel bereidingswijzen voor deze producten te vinden en te ontdekken. Ook weer een meerwaarde voor de keuken.
En als je dan leest in de krant van vandaag donderdag 12 januari 2006 dat het een absolute noodzaak is dat de hele wereld zich beperkingen moet opleggen wat de productie en consumptie van vlees betreft, willen we deze maatschappij in stand blijven houden, dan weet je het wel. Wij geven alvast het goede voorbeeld en geven ineens ook wat ervaring en kennis van zaken mee.
Een andere, ook belangrijke, reden voor de vegetarische keuken is de volgende: we willen de kinderen laten ervaren hoe het is om vanaf de natuurlijke vorm van de voedingsmiddelen te vertrekken. De groenten moeten uit de tuin komen, liefst zelf gekweekt. Maar hoe doe je dat met vlees of vis? Zelf vissen gaan vangen op zee? Of kippen of andere dieren kweken? En dan slachten, schoonmaken, versnijden enz..? Vijftig jaar geleden zou dat nog gegaan hebben, wij waren als kind met die praktijken vertrouwd, maar dat is nu niet meer zo. Kinderen hebben nu een heel andere verhouding tot de dierenwereld dan een halve eeuw geleden. Die klok kunnen we niet meer terugdraaien.
En alhoewel er al heel wat lagere scholen zijn die nu beschikken over goed ingerichte keukens (ze krijgen er zelfs subsidies voor), is Rinkrank - denk ik- toch wel de eerste en enige lagere school die een culinair programma uitgewerkt heeft in zijn curriculum. We moeten het voorlopig nog stellen met een ge mproviseerde keuken als het kookles is, maar we dóen het tenminste.
Maar over afzienbare tijd krijgen we ook een grote keuken met alles erop en eraan. Naast de zaal is er een grote ruimte die daarvoor zal ingericht worden. En dan mag niets ons nog tegenhouden om de kinderen enthousiast te maken voor het keukenwerk.
We kunnen daarna alleen maar hopen dat ze dat enthousiasme heel hun verdere schoolloopbaan bewaren en eenmaal volwassen, de kant-en-klare maaltijden laten voor wat ze zijn, maar zelf steeds weer de moed vinden om achter het fornuis te staan. Om van daaraf - vanzelfsprekend - biologische heerlijkheden op tafel te laten verschijnen. Jong geleerd is oud gedaan.
Om nog even terug te komen op de krant van vorige dinsdag: "Gezondheidsspecialisten vragen dat huishoudkunde opnieuw een schoolvak wordt omdat scholieren de kunst van het koken volledig dreigen te verliezen."
Het vak huishoudkunde is geen vak in de lagere school, maar we kunnen er wel een aanzet toe geven, met zo’n gastronomieperiode. Zodat de kinderen in Rinkrank al zeker niet behoren tot die - ik citeer uit de krant: "60 procent van de twaalfjarigen dat nog nooit een ei heeft gekookt en 38 procent dat niet weet hoe ze een aardappel in de schil moeten klaarmaken."
Meer over gastronomie in Rinkrank vind je op de website: www.rinkrank.be klik de link (bovenaan rechts) naar pedagogie aan en surf daar naar W.O.gastronomie.