◄
RINKRANK
KLASOVERSCHRIJDENDE WERKING
Rinkrank wil in de eerste plaats een open school zijn, waar het gewone leven
van alledag verder gaat in de school. Ouders mogen dus voor en na school
binnen komen, de leraren ontmoeten, afscheid nemen van de kinderen. Tijdens de
schooldag komen leerkrachten en bezoekers (ouders, stagiairs, enz.) in alle
klassen binnen en buiten, zonder daarbij het werk te storen. Kinderen komen
frequent in andere klassen, leraren komen bij elkaar op bezoek of maken een
praatje of observeren een kind.... Hoe groter de openheid, hoe beter. Je zou
Rinkrank kunnen typeren als een pedagogisch marktplein, weliswaar overdekt en
met de nodige ruimte voor gezelligheid..
IN DE KLEUTERSCHOOL:
De 3-jarige kleuters zitten in een leeftijdsgroep, maar worden regelmatig
uitgenodigd voor een verhaal of toneeltje of poppenspel in een andere
kleuterklas. Andere kleuters komen regelmatig op bezoek in de peuterklas. Ook
kinderen van de lagere school - vooral uit de zesde klas - komen regelmatig een
dag doorbrengen in de peuterklas. Deze klas neemt ook deel aan gezamenlijke
zangstonden die meestal in voorbereiding op een feest worden ingericht.
De peuterklas is zo gelegen dat de kleinste kleuters iedereen zien
voorbijkomen. Hun klas is heel open en er is veel contact met al wie op school
aanwezig is, met leerkrachten en kinderen. Iedereen die in de kleuterschool langs
komt kan de peuters ook bezig zien. Toch zorgt dit niet voor chaotische
toestanden, maar valt het op dat de kinderen zich goed concentreren op wat
in hun klas gebeurt.
De 4- en 5-jarige kleuters zitten in leefgroepen die onderling veel
samenwerken. De oudste kleuters binnen zo'n leefgroep hebben als opdracht de
jongere kleuters te helpen waar nodig. Hier komt ook het principe van de
herhaling aan bod: de oudste kleuters hebben al minstens tweemaal een hele
jaargang meegemaakt en weten wat er gaat komen, zij kunnen de jongere kleuters
dan ook inlichten en voorbereiden. De opdrachten in de leefgroepen zijn meestal
dezelfde voor jong en oud. De jonge kinderen gaan er echter anders mee om dan de
oudere. Regelmatig komen er ook kleuters op bezoek in de lagere school (vooral
als ze jarig zijn). In het vrij spel spelen oudere en jongere kleuters samen.
IN DE LAGERE SCHOOL
Het klasoverschrijdend werken is systematisch in de methode ingebouwd. De
instructiemomenten tijdens het hoofdonderricht zijn weliswaar per klas
afzonderlijk, maar daarnaast is er een grote beweeglijkheid in het combineren
van klassen en groepen. Enkele voorbeelden:
muziek: dagelijks in groepen van drie klassen samen.
onderbouw lagere school
bovenbouw lagere school
andere combinaties zijn mogelijk ter gelegenheid van bepaalde feesten
of activiteiten (bv. Sint-Maarten: bovenbouw + kleuters)
mondelinge herhaling: dagelijks in groepen van drie klassen samen.
onderbouw lagere school
bovenbouw lagere school
W.O.-vreemde culturen (Frans-Engels)
onderbouw samen
bovenbouw samen
Cultuurbeschouwing:
klassen 1 en 2 lagere school samen
klassen 3 en 4 lagere school samen
klassen 5 en 6 lagere school samen.
Sommige hoofdvakken kunnen klasoverschrijdend gegeven worden, waarbij de
instructie dan tegelijk aan twee klassen wordt gegeven. De kinderen van de
twee klassen zitten dan door elkaar.
voorbeelden:
leesperiode (fabels): klassen 1 en 2
w.o.-periode: klassen 1 en 2 of 2 en 3.
w.o. dierkunde: klassen 3 en 4
w.o. plantkunde: klassen 4 en 5
w.o. geschiedenis: klassen 5 en 6
w.o. astronomie: klassen 5 en 6
w.o. mineralogie: klassen 5 en 6
w.o. gastronomie: klassen 5 en 6.
Tijdens het hoofdonderricht, na de instructie, mogen de kinderen bij elkaar te
rade gaan, elkaar helpen enz. Zij mogen daarvoor kinderen van andere klassen
aanspreken. Om die reden worden de grote schuifdeuren tussen eerste en tweede
klas en tweede en derde klas open gezet, zodat er één grote klasruimte ontstaat.
In 4e, 5e en 6e klas zijn er geen wanden tussen de klassen, daar is er
voortdurend mogelijkheid om samen te werken.
De leerkrachten kunnen op deze manier ook tijdens de verwerkingsmomenten bij
elkaar zitten, kinderen uit verschillende klassen helpen of mee observeren. Het
is een van de sterke punten van deze methode, dat leerkrachten niet afgesloten
zijn van hun collega's.
De kinderen zijn eraan gewend dat volwassenen (leraren, ouders, bezoekers) in
de klassen komen. Zij laten zich daardoor weinig of niet afleiden. Ook dat is
een voordeel van het opengooien van de enge klasruimte.
Soms worden de klassen ook opgedeeld. Dat gebeurt bijvoorbeeld voor
boetseren in 4e, 5e en 6e klas, en
aquarelschilderen en
olieverfschilderen in 4e, 5e en 6e
klas. Bij deze activiteiten is er steeds een halve klas aan het werk. Zo ook
voor het werken in de tuin of in de keuken (tijdens
gastronomieperiode) of in de
bakkerij (één keer per week en ter gelegenheid van schoolfeesten): dan worden de
klassen in nog kleinere groepen opgedeeld.
◄