◄
RINKRANK
LICHAMELIJKE OPVOEDING

Vanaf de kleinste kleuters tot de grootste zesdeklassers wordt
er veel aandacht besteed aan de ontwikkeling van een goede motoriek. Dat gebeurt
niet alleen in de lessen LO, maar is een voortdurende zorg doorheen alle
facetten van het schoolleven. Daarom zijn er veel bewegingsmomenten ingebouwd in
de pedagogische aanpak van Rinkrank.
Naast de dagelijkse bewegingsmogelijkheden zijn er dan nog
dans, zwemmen en LO.
Elke klas - in de kleuterklassen worden de groepen gesplitst -
heeft minimaal één lesuur specifiek LO; daarnaast is er veel mogelijkheid tot
sport: lopen, voetballen, atletieknamiddagen, tennissen, schaatsen, sportdagen,
volksspelen enz.
Sommige activiteiten geven ook gelegenheid tot extra sportieve
aanpak. Denk maar aan toneelspelen, waar heel wat beweging komt bij kijken; aan
de schoolfeesten waar steeds een deel van het programma op beweging is gefocust;
aan rekenlessen waar de kinderen voortdurend in beweging worden gezet.
De lessen ritmiek in de onderbouwklassen van de lagere school
zorgen voor dagelijkse gerichte beweging. Ritmiek is in die zin een facet van LO.
Volksdansen gebeurt zowel spontaan, als bij de aanvang van
elke turnles, als in voorbereiding op bepaalde schoolfeesten.
Nu en dan trekken klassen erop uit voor een stevige wandeling
op de heide.
Tijdens de meerdaagse bos- of zeeklassen is de belangrijkste
activiteit: wandelen. Niet alleen omwille van de beweging, maar ook omwille van
het sociale aspect dat daarmee samen hangt.
De zesdeklassers lopen minstens tweemaal per week een parcours
van 2 km.
De weg naar het zwembad is 2 km lang. Heen en terug stappen
kinderen van vierde, vijfde en zesde klas dus 4 km in een flink tempo.
1 lesuur LO per week lijkt op zich weinig, maar gezien het
feit dat er zoveel andere mogelijkheden tot gerichte beweging voorhanden zijn,
is het totale pakket goed gevuld.
◄