◄
RINKRANK = METHODESCHOOL
Sommigen noemen RINKRANK een :
LEEFSCHOOL, omdat er met leefgroepen wordt gewerkt. Maar in Rinkrank vind je
leefgroepen enkel en alleen in de kleuterschool. In de lagere school heb je
leeftijdsgebonden klassen, maar die werken in vele opzichten samen
(combinatieklassen), zodat je op bepaalde momenten van de dag wel van
leefgroepen kan spreken.
Sommigen noemen RINKRANK een :
STEINERSCHOOL, omdat het kunstzinnige zo nadrukkelijk op de voorgrond staat.
Het grootste verschil met de Steinerscholen is, dat er niet gewerkt wordt
volgens de inzichten van Rudolf Steiner. De uitgangspunten van Rinkrank zijn
terdege verschillend van deze van de Steinerscholen. Ook de manier waarop het
kunstzinnige benaderd wordt is duidelijk anders. Het werken met projectweken
(periodes) in hoofdonderricht en kunstzinnige namiddagen is wel te vergelijken
met wat in de Steinerscholen gebeurt.
Sommigen noemen RINKRANK een :
ERVARINGSGERICHTE SCHOOL, omdat in vele aspecten van het onderwijs de
ervaring als eerste kennismaking met de leerstof gehanteerd wordt. Dit
geldt echter alleen voor die vakken, waarbij de eigen ervaring ook zinvol
is, zoals tuinbouw, handwerk, schilderen, fysica, enz. Leergebieden zoals taal,
rekenen, W.O., aangeboden in projectvorm, steunen vooral op het verhaal (of de
instructie) als eerste kennismaking, dan pas
volgt de verwerking en dan de waarneming. De rol van de leerkracht in Rinkrank
is ook zichtbaar anders dan in een ervaringsgerichte school.
Sommigen noemen RINKRANK een :
FREINETSCHOOL, omdat de leerlingen in Rinkrank meewerken aan de wekelijkse
schoolkrant, met inbreng van eigen teksten, tekeningen en foto's en omdat de
leerstof in projectvorm wordt doorgenomen. Toch zijn de
uitgangspunten van de werkwijze helemaal anders dan die van Freinet.
Sommigen noemen RINKRANK een:
LOFTSCHOOL, omdat er een grote, ruime combinatieklas is ingericht op de
zolder van het gebouw, tussen het dakgebinte.
maar:
RINKRANK heeft een heel eigen METHODE met als kenmerken:
1. Leeftijdsgroep voor de 3-jarigen in
de kleuterschool (ook peuterklas genoemd)
2. Leefgroepen voor de 4- en 5-jarigen
in de kleuterschool
3. Leeftijdsgebonden klassen in de
lagere school met daarin veel elementen
van
combinatieklassen, die
klasoverschrijdend werken mogelijk maken.
4. De onderbouw van de lagere school
bestaat uit drie klassen, waarbij leerkrachten
in de drie
klassen actief zijn. De leerlingen hebben nauwe contacten doorheen de drie
klassen
(coöperatief leren)
5. De bovenbouw van de lagere school
bestaat uit drie klassen, met drie leerkrachten die
in één en
dezelfde ruimte (zolder) nauw samenwerken.
Ook de
leerlingen werken intensief samen.
6. Een leerkracht in de lagere school
begeleidt 3 jaar lang dezelfde groep kinderen.
De leerkracht van de eerste klas neemt zijn leerlingen mee naar de tweede en
derde
klas en keert dan terug naar de eerste klas waar hij een nieuwe groep kinderen
onder
zijn hoede neemt.
De leerkracht van de vierde klas gaat mee met zijn groep in vijfde en zesde klas
en
keert dan terug naar de vierde klas
voor een nieuwe groep.
7. Met zeer eigen accenten in het
hanteren van de leerstof, waarin opvalt:
Geen gebruik van handboeken, tenzij zelfgemaakte (bv. voor
Frans).
Geen gebruik van kopieën.
Het bord neemt een centrale plaats in bij het aanbrengen en het verwerken van de
leerstof.
Het verhaal, het gesproken woord, gebracht door de leerkracht gaat steeds vooraf
aan de
waarneming en de verwerking.
Instructiemomenten zijn korte, samengebalde en duidelijk afgewerkte eenheden.
De verwerking door de leerlingen gebeurt steeds zeer gedifferentieerd.
Het kunstzinnige is in alle vakken aanwezig.
De historische en culturele verbondenheid doorstroomt elk leergebied.
◄