◄
RINKRANK
W.O. - PLANTKUNDE
In vierde en vijfde klas worden er twee periodes plantkunde
gegeven. Eén in de herfst, één in de lente. De kinderen leren er de
plantenwereld in zijn totaliteit kennen, al experimenterend, kijkend, proevend,
tekenend, enz. Sommige planten leren ze van heel dichtbij kennen. Niet
ontledend, maar steeds voortgaand op de verschijningsvorm.
De plantkundeperiode bevat veel historische, letterkundige en
kunstzinnige verwijzingen en toepassingen.
DE INHOUD
Herfstperiode
Mens en plant: mythologische beschouwing (3 verhalen: Adam en
Eva en de boom van kennis van goed en kwaad - Gilgamesj en het levenskruid -
Odin en de es Yggdrasil)
Gedicht 'Le Papillon et la Fleur' van Victor Hugo (met verhaal
over de auteur en zijn tijd)
De oerplant volgens Goethe (en verhaal over Goethe)
De mens is een omgekeerde plant (R. Steiner)
De plantendelen
De plantenfamilies in vergelijking met de ontwikkeling van de
mens.
De zwammen (fungi)
Schimmels en gist
Mos en turf (met verhaal van het turfschip van Breda)
Wier en algen
Korstmossen
Gedicht: "'t Groeit overal entwat" (Guido Gezelle)
Varens, paardenstaarten en wolfsklauwen
Naaktzadige planten: coniferen
Het onderscheid tussen den en spar (welke van de twee is de
kerstboom?)
Het onderscheid tussen cipres en thuja (levensboom): beide
veel aangeplant als haag in de omgeving.
Hulst en taxus (met kerstlied: The holly en the ivy.)
Lenteperiode
Eenzaadlobbige planten: bolgewassen (bloemen als narcis enz.:
schilderen)
Eenzaadlobbige planten: groenten (ui, look enz. - met
bereiding van soep)
Eenzaadlobbige planten: grassen en granen (met brood bakken en
rauw graan kauwen = kauwgom)
Tweezaadlobbige planten: het rozengeslacht
Vergelijking tussen lelie en roos
Het geheim van de roos: de vijfster en de gulden snede
De roosachtigen: fruit (met maken van fruitsla)
De kruisbloemigen: veel groenten (o.a. bereiding van
groenten)
De schermbloemigen (met daarin veel bekende kruiden en wilde
eetbare planten)
Dodoens en Linnaeus
Redouté
Tristan en Isolde (wilde wingerd en roos)
◄