◄
RINKRANK
RAPPORTERING
De rapportering gebeurt op verschillende manieren:
door middel van rapporten, getuigschriften, ouderavonden,
oudercontacten en individuele gesprekken met ouders.
RAPPORTEN
KLEUTERSCHOOL
Bij de overgang van peuterklas naar kleuterklas, als de
kleuter ongeveer 4 jaar oud is, schrijft de kleuterleidster van de peuterklas
een verhaal waarin het beeld van de kleuter te herkennen is.
Bij het beëindigen van de kleuterklas schrijft de
kleuterleidster een rapport waarin de kleuter geschetst wordt in beeldvorm. Het
is meestal een ridderverhaal.
LAGERE SCHOOL
Tweemaal per trimester geeft de klasleerkracht een rapport.
Daarin staat beschreven welke leerstof er in de voorbije periodes aan bod is
gekomen en hoe het kind daarmee is omgegaan. De leerkracht tracht zo nauwkeurig
en gedetailleerd mogelijk verslag uit te brengen. Ook wordt daarbij opgenomen
welke middelen er werden aangewend om mogelijke leerproblemen te herkennen en
aan te pakken.
Samen met het jaarlijkse getuigschrift vormen de rapporten het
'kindvolgsysteem'.
GETUIGSCHRIFTEN
LAGERE SCHOOL
Op het einde van elk schooljaar krijgen de kinderen een
getuigschrift. Daarin wordt een overzicht geschetst van de ontwikkeling die het
kind in de loop van het voorbije schooljaar heeft doorgemaakt. Het is in drie
grote paragrafen verdeeld: de eerste paragraaf gaat over het denken, de tweede
over de gevoelsontwikkeling, de derde over de wilskracht. Dit laatste punt is
steeds het belangrijkste.
Net als bij de rapporten is het getuigschrift een tekst,
waarin geen punten of andere quoteringen worden opgenomen. De leerkracht tracht
zo duidelijk mogelijk de ontwikkeling te omschrijven.
Op het einde van de zesde klas zijn er twee getuigschriften.
Eén van de leerkracht zoals in de voorgaande schooljaren, en één officieel, dat
nodig is om naar het secundair onderwijs te kunnen overstappen.
OUDERAVONDEN
Ouderavonden zijn avonden waarop de hele oudergroep van een
klas samenkomt. Zo worden er twee (of meer) per schooljaar ingericht. Eén
ouderavond in het eerste trimester, één ouderavond in het derde trimester.
De ouderavond in het eerste trimester gaat over: de inhoud van
de leerstof van het lopende schooljaar en hoe ermee gewerkt zal worden en een
korte kinderbespreking. In de kleuterschool geeft de kleuterleidster een korte
inleiding over een bepaald thema (bv. schilderen of tekenen enz.) en een korte
kinderbespreking. De kinderbesprekingen in zo'n klassikale ouderavond gaan,
naast andere aspecten,ook steeds over het sociale aspect: hoe is het kind in de
klas, in de school ten opzichte van andere kinderen; hoe evolueren de
vriendschappen en dergelijke; hoe werken de kinderen samen.
Een leerkracht kan ook een activiteit opnemen in zo'n
klassikale ouderavond. Bijvoorbeeld samen met de ouders schilderen zoals dat met
de kinderen gebeurt, of zingen met de ouders, of met hen een les ritmiek doen.
Zo kunnen de ouders dan ervaren hoe het in de klaspraktijk gebeurt.
De ouderavond in het derde trimester hangt nauw samen met wat
in de getuigschriften zal neergeschreven worden, maar ook hier zal het sociale
aspect weer belangrijk zijn. De kinderbespreking in deze ouderavond is veel
uitgebreider dan tijdens de ouderavond van het eerste trimester.
OUDERCONTACTEN
In het tweede trimester geeft iedere klasleerkracht, op een
door hem zelf bepaalde datum, elke ouder van zijn klas de gelegenheid om een
persoonlijk gesprek te hebben over het kind.
GESPREKKEN MET OUDERS
Op gelijk welk ogenblik in het schooljaar kunnen ouders een
gesprek aanvragen met een leerkracht. Maar leerkrachten kunnen net zo goed een
gesprek met de ouders vragen. Soms worden hierbij de directeur-coördinator
betrokken, de zorgcoördinator en het CLB.
Door de grote openheid van de school kunnen ouders op elk
moment, meestal na schooltijd, een kort gesprekje hebben met een leerkracht. Ook
tijdens schoolfeesten zijn er mogelijkheden tot meer informele gesprekken.
◄