www.cielen.eu  -  e-mail  -  0496 76 55 08

 

Uitspraken van Rudolf Steiner in verband met pedagogie: WALDORFSCHOOL - BESTUUR - PRAKTISCH

nummer Voor de herkomst van de uitspraken (boek, bladzijde, voordracht, stad, datum): klik hier.
1 Daarom zullen we de school niet volgens regeringsnormen organiseren, maar volgens bestuurlijke normen: republikeins. In een werkelijke lerarenrepubliek zullen we geen ruggensteuntjes hebben in de vorm van regels van de schoolleiding maar moeten we zelf inbrengen (en in ons hebben) wat ons de mogelijkheid geeft, wat een ieder van ons de volle verantwoordelijkheid geeft voor dat wat we moeten doen. Ieder moet individueel volledig verantwoordelijk zijn. 
893 De basisgedachten die Rudolf Steiner in het hierop volgende gesprek ontwikkelde weken in een aantal dingen af van de uiteindelijke vorm zoals die later in de statuten van de school zijn neerslag vond. (gesprek van R.St. op 25 april 1919 met Emil Molt, Karl Stockmeyer en Herbert Hahn in de Landhausstrasse 70 in Stuttgart). (Herbert Hahn)
896 De financiering (van de school) zal door stichtingen mogelijk gemaakt moeten worden. Schoolgeld zou niet helemaal overeenkomen met onze intenties. In plaats daarvan zou een soort vrijwillige belasting van de oudergroep moeten treden… De school als een corporatie van leraren d.w.z. als een corporatie van geestelijke arbeid, moet het hele bestuur en de bedrijfsleiding zelf in handen hebben, inclusief de financiële kant. Daarvoor moet het vertrouwensorganen instellen. (E.A.Karl Stockmeyer in een brief aan Emil Molt op 13 april 1919). 
897 Er moet een ouderraad zijn waardoor de wensen van de ouders naar voren kunnen worden gebracht. Als vertegenwoordiger van de ouders dient deze inzicht in het schoolbedrijf te hebben en in de manier waarop de school wordt bestuurd … De organisatie van de school, leerplan en het huishoudelijke reglement tot en met de didactiek, moeten vanuit geesteswetenschappelijke gezichtspunten worden ingericht. Alles wat naar het sektarische riekt moet worden vermeden ... Daarom moet de school in overeenstemming met het wezen van het geestesleven haar innerlijke beweeglijkheid behouden.' (E.A.Karl Stockmeyer in een brief aan Emil Molt op 13 april 1919). 
898 Die school zou tevens als een apart onderdeel aan de fabriek worden toegevoegd en er financieel door worden gedragen. (E.A.Karl Stockmeyer)
910 De arbeiderskinderen hoefden dus geen schoolgeld te betalen. Voor de kinderen uit andere kringen, waarvan er inmiddels al een heel aantal waren aangemeld, zouden de ouders naar eigen bevinden een bedrag moeten betalen, zodat deze kinderen ook in ieder geval de school zouden kunnen bezoeken. (E.A.Karl Stockmeyer)
912 Aanvankelijk was het ook nog de bedoeling dat er een kinderhuis bij ondergebracht zou worden, maar Molt zag al spoedig in dat dat niet ging. (E.A.Karl Stockmeyer)
913 Op drie, vier dagen zou er het eerste uur 's morgens gezongen en op de andere dagen getekend worden; daarna bijvoorbeeld rekenen, dus een of ander vak dat in de vorm van periodes moet worden gegeven, en daarna godsdienst. De school moet niet vóór acht uur 's morgens beginnen en moest om 12 uur eindigen. In de hogere klassen zouden er minder lessen moeten worden gegeven. 's Middags moest er praktisch worden gewerkt.  R. Steiner tijdens de pinksterdagen in gesprek met E.A.Karl Stockmeyer)
915 Oproep voor een Kulturrat van de Bond voor Sociale Driegeleding op 9 juni 1919:
1. Bevrijding van de concrete onderwijssituatie van elke vorm van staatstoezicht. Vorming van een basisschool (Grundschule) op basis van pedagogisch-didactische gezichtspunten, waarbij het bestuur gevormd moet worden door personen die zelf in het bestuur van het geestesleven actief zijn.
2. Afschaffing van het staatstoezicht op de examens voor het middelbaar onderwijs en het beroepsonderwijs. Autonomie van de universiteiten. (Dr. Phil. Albert Schmelzer)
916 Niet alleen bestond er rond de stichting van de school een nauw chronologisch en personeel contact met de volksbeweging, maar er waren ook inhoudelijke impulsen uit de Driegeledingsbeweging die in de Waldorfschool konden worden gerealiseerd. Naast de pedagogische impuls van de Opvoeding tot Vrijheid, was er de sociale van een overwinning van de klassentegenstellingen en een maatschappelijke die op zelfbestuur gericht was. Het was de eerste Duitse Gemeenschappelijke school (Gemeinschafstschule) waar sociale co-educatie tussen verschillende lagen uit de bevolking werd gepraktiseerd; bovendien werd zij als 'freie Schule' onafhankelijk van de staat en door de leraren in samenwerking met de groep ouders bestuurd. (Dr. Phil. Albert Schmelzer)
921 De passieve houding van iemand die alleen maar doet wat hem opgedragen wordt, hoort op een school niet thuis. Tegelijk werd daarmee voor alle leraren een oefengebied ontsloten waar zij hun bestuurlijke vaardigheden konden scholen - in zekere zin een gebied van volwasseneneducatie. R. Steiner wilde dat zijn leraren 'mensen van de wereld' waren en deze betrokkenheid met de wereld wordt bv. geschoold door het lezen en doorzien van de eigen begroting en door het vinden van de juiste woorden in de gesprekken met vertegenwoordigers van de overheid. (Georg Kniebe)
922 Molt had zichzelf en zijn onderneming gedurende al die jaren zo sterk aan het economische behoud van de school gebonden dat hij zijn onderneming in die beslissende jaren niet tegen de aanvallen van de concurrentie kon beschermen. De Waldorfschool bleef, terwijl de Waldorf-Astoriafabriek in andere handen overging. Molt begreep dat hij de belangrijkste van de twee ondernemingen had gered. (Georg Kniebe)
953 Hij (Rudolf Steiner) heeft de ritmen geïnaugureerd die het schoolleven ordenen. Hij heeft de ochtendspreuken gegeven. Hij heeft het maandelijks schoolfeest ingesteld, want er was hem veel aan gelegen dat alle leerlingen van de school zo vaak mogelijk bijeenkwamen. Hij had ook de ouderavonden ingesteld waar hij een grote waarde aan hechtte en de vieringen bij het begin en eind van het schooljaar waarbij hij bepaalde dat elke leraar voor het front van de school zijn klas moest toespreken en daar over de ervaringen van het voorbije en over de voornemens van het nieuwe schooljaar moest berichten. Het hele schoolorganisme is tot in details door hem vormgegeven. (Caroline von Heydebrand)
962 De lerarengroep van de Waldorfschool was immers een volstrekt wereldlijke groepering, geen kloostergemeenschap met vaste regels en een voortdurende controle, geen orde van gezworenen, die zich van de wereld afzonderde, maar een groep vrije mensen waarvan ieder naar eigen inzicht leefde en dacht. (Cristoph Lindenberg)
965 De leraren antwoorden op de plechtige en verplichtende opening (1919) en de basiscursus van twee weken die hun denken een nieuwe en wijde oriëntatie hadden gegeven met het besluit een wekelijkse lerarenvergadering in te willen stellen. Het plan was dat men daar tot een uitwisseling van ervaringen zou komen: 'zodat wat de een zich heeft verworven ook een ander ten goede kan komen.' Rudolf Steiner ging er 'met vreugde' mee akkoord en voegde er aan toe: 'Die moet dan wel op een echt republikeinse manier worden gehouden.' Tot aan het uitbreken van zijn ziekte in september 1924 leidde hij 70 van zulke werkbesprekingen. (Johannes Tautz)
973 23 april 1919: eerste voordracht van Steiner voor de arbeiders van de Waldorf-Astoriafabriek in Stuttgart. Er zijn ca. 800 'arbeiders' aanwezig, voornamelijk vrouwen en meisjes. In aansluiting op deze voordracht vindt een zitting van de bedrijfsraad plaats waar Molt zijn besluit om een school te willen stichten bekend maakt. De Raad stemt in. De onderneming stelt 100.000 Mark voor de stichting van een school voor de kinderen van haar medewerkers ter beschikking. De raad van toezicht hoort er pas later van. Volgens R. Steiner zagen zij de hele schoolzaak overigens alleen maar als een 'gruwel'. .... Niet geheel onbelangrijk hierbij is bovendien het feit dat Molt een zoon had van dertien, die later in de eerste achtste klas komt. (Magchiel C. Matthijsen)
975 Molt voerde verder met de leraren afzonderlijke gesprekken over hun salaris, omdat de leraren deze eerste tijd nog bij de Waldorf-Astoria in dienst waren en door de fabriek werden betaald. 'Wij kenden geen vast bedrag, maar gingen van de behoeften uit.' (Molt: Von der Gründung der Freien Waldorfschule). (Magchiel C. Matthijsen)
984 De school zal republikeins bestuurd worden heet het in de openingstoespraak. Steiner spreekt daar over een 'lerarenrepubliek' en 'daar bestaan geen voorschriften die van een rector komen en die je als een behaaglijk kussentje in je rug kunt gebruiken… Iedereen moet helemaal zelf verantwoordelijk zijn. (Steiner, 20 augustus 1919) (Magchiel C. Matthijsen)
985 In het klein werd hier in vrijheid creatief gewerkt en werden gelijkheid en broederschap beoefend. (Magchiel C. Matthijsen)
993 De leraren kwamen bijeen omdat zij de school 'wilden'. Zij steunden daarbij uitsluitend op hun vertrouwen in Rudolf Steiner. De financiële zekerheid was minimaal. Zij gingen het risico van de schoolstichting aan vanuit hun overtuiging in de praktische realiseerbaarheid van de antroposofie. Een werkelijke uiterlijke zekerheid bestond er niet. En over pensioenen werd al helemaal niet gepraat... Zij waren bereid en in staat om zich volledig voor de school in te zetten. Dat heeft Steiner ook expliciet aan hen gevraagd: 'Iedereen moet zijn volledige persoonlijkheid vanaf het begin inzetten.' (toespraak 20 augustus 1919). (Magchiel C. Matthijsen)
994 Er moest schoolgeld worden geïnd. Omdat dat geen directe zaak van het bedrijf was, werd er al in mei 1920 een eigen rechtspersoon in het leven geroepen: de 'Vereniging de Vrije Waldorfschool' (Waldorfschulverein). Dat was geheel in de geest van de leraren, die na het reeds bestaande pedagogische zelfbestuur nu ook naar een economische zelfstandigheid streefden. Aanvankeljk zag Molt hierin een afwijking van zijn concept, wat tot aanzienlijke spanningen en wrijvingen leidde. (Magchiel C. Matthijsen)
995 Door de oprichting van de Waldorfschulverein werd de band met het oorspronkelijke toeleveringsgebied, de arbeiders, duidelijk minder. Dat feit kan bij Molt gevoelens hebben opgeroepen die tijdens het conflict zeker op de achtergrond mede een rol gespeeld kunnen hebben. Molt was gewend zijn bedrijf op een 'patriarchale en vaak eigenzinnige manier' te leiden (Gabert). De inzet voor de school vroeg van hem een totaal andere houding. 
996 Na de oprichting van de Waldorfschulverein bleef een gevoel van onvrede bestaan. Het lukte Steiner de spanningen te ontladen. Hij maakte duidelijk dat de school zich door de stichting van de Schulverein radicaal van de fabriek had losgemaakt, en hoe Molt daarmee de mogelijkheid had gekregen om nu op de juiste manier een enge en persoonlijke binding met de school aan te gaan. Molt had de school niet als president-directeur van een firma gesticht, maar als privépersoon, door zijn grote persoonlijke schenkingen. Die werden nu pas in het college bekend. Steiner benadrukt in dit conflict nog eens dat Molt terecht lid van het college is, maar niet als financier, doch als 'Protektor' van de school. (Magchiel C. Matthijsen)
1003 En zo was het in Stuttgart Emil Molt die datgene wat er vanuit de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap in Dornach in Zwitserland gewild wordt, toegepast wilde zien in een opvoedings- en onderwijsinstituut voor kinderen in de leerplichtige leeftijd. Zo kwam het tot de oprichting van de Waldorfschool te Stuttgart.
1073 Maar hoezeer het me ook spijt dat wij nog geen kleuterschool hebben die aan de Waldorfschool voorafgaat, zodat wij de kinderen moeten opnemen op hun zesde, zevende jaar, daar is nog geen mogelijkheid toe, omdat wij er geen geld voor hebben. Het ideaal is natuurlijk echter de kinderen zo vroeg mogelijk te mogen gaan opvoeden. 
1157 Omdat wij op de Waldorfschool al veel leerlingen hebben, hebben wij parallelklassen moeten vormen: we hebben twee eerste klassen, twee tweede klassen enzovoorts. Als u in één van de eerste klassen komt kunt u zien hoe het schrijfonderricht helemaal vanuit het schilderen, vanuit het tekenen ontstaat, u kunt daar zien hoe de leerkracht dat op een bepaalde manier doet. Laten we zeggen dat u dat in de ene klas precies zo gedaan vindt als het hier beschreven is geworden. Als u naar de andere klas, de 1b-klas gaat, dan vindt u daar een andere leerkracht; daar wordt hetzelfde onderwijs gegeven, maar u ziet iets heel anders. Daar ziet u dat de leerkracht de kinderen in een soort euritmische beweging laat rondlopen, en vanuit de eigen lichaamsbeweging de vorm laat ontstaan. En de vorm die het kind loopt wordt dan als letter vastgelegd. En zo is een derde manier, een vierde manier enzovoorts mogelijk. 
1269 Want deze Waldorfschool werd aanvankelijk vanuit alle emoties die er zo waren in 1918, 1919, nadat de oorlog was afgelopen, door Emil Molt in Stuttgart gesticht. Zij werd opgericht omdat men meende daarmee een sociale daad te stellen. 
1270 Omdat het juist Emil Molt was die de school stichtte, een industrieel uit Stuttgart, behoefde men niet eerst kinderen te gaan 'aanwerven', maar kreeg men de kinderen van de mensen uit zijn fabriek. Het waren dus aanvankelijk in de grond van de zaak arbeiderskinderen die we kregen, ongeveer 150 kinderen van mensen uit de fabriek van Molt. Deze ongeveer 150 kinderen werden toen aangevuld met verreweg de meeste kinderen van de leden van de antroposofische vereniging in Stuttgart en omgeving, zodat we dus in het begin met ongeveer 200 kinderen moesten werken. 
1271 Dat was nu echter tegelijk de doorslaggevende factor waardoor onze school een school voor iedereen werd, in de ideale betekenis van het woord. Want wij hadden een basisbestand van arbeiderskinderen, en de kinderen van de antroposofen waren vooraleerst geen kinderen van arbeiders, maar waren afkomstig uit alle mogelijke standen, van hoog tot laag. Zo was van meet af aan alles wat met maatschappelijke rangen en standen te maken heeft uitgeschakeld, ook al door de sociale grondslag van de Waldorfschool. 
1275 Nu werd de Waldorfschool echter opgericht als een achtklassige basisschool, zodat we kinderen hadden van zes of zeven tot veertien, vijftien jaar. Deze kinderen kwamen uit de meest uiteenlopende scholen vandaan. Ze hadden de meest uiteenlopende vooropleidingen, en volstrekt niet altijd die, welke we voor een acht- of elfjarig kind als de juiste moesten beschouwen. Zodat we het eerste jaar volstrekt niet volledig rekening konden houden met hetgeen wij als het ideaal van de opvoeding zien. Er moest gehandeld worden al naar gelang de individualiteit der kinderen die men in de klassen kreeg. 
1279 Zo werkte ik dus een memorandum uit dat erop neerkwam dat de kinderen na drie volledige jaren op de benedenbouw, op hun negende jaar dus, als doel bereikt hadden dat ze op een andere school naar de vierde klas zouden kunnen gaan. Intussen echter stelde ik, wilde ik de volledige vrijheid bezitten de kinderen datgene te bieden wat voortvloeit uit de kennis omtrent de mens. Daarna verlangde ik dan weer vrijheid van het negende tot het twaalfde jaar. 
1281 Net zo zal het zijn als de kinderen, of liever, zoals ik al heb gezegd, de jonge dames en heren, de school verlaten om naar de universiteit of een andere vorm van hoger onderwijs te gaan, en ook de periode tussen de geslachtsrijpheid en het moment van de overgang naar het hoger onderwijs moet er volledige vrijheid zijn; dan echter moeten ze ook zo ver zijn dat ze naar elke willekeurige vorm van hoger onderwijs kunnen overstappen, want de Vrije Hogeschool in Dornach zal vanzelfsprekend nog lang niet erkend worden als iets waar mensen die in het leven vooruit willen komen naar toe kunnen gaan. 
1282 Met dit gelijk-opgaan tussen de Waldorfschool en andere scholen werd al geprobeerd om tot een overeenstemming te komen met hetgeen er op het gebied van het onderwijs nu eenmaal bestaat; om tot een zekere harmonie te komen tussen hetgeen door ons eigenlijk bedoeld is en het bestaande. Want op geen enkel punt wordt op de Waldorfschool iets nagestreefd dat niet praktisch is, maar overal, op elk punt wordt door het verwezenlijken van deze gril nagestreefd hetgeen werkelijk praktisch is. 
1284 Zoals tenslotte ook de arts, als hij iemand voor zich heeft, niet bij het eerste onderzoek meteen kan zeggen wat er moet gebeuren, maar eerst de patiënt langzamerhand moet bestuderen, omdat de mens nu eenmaal een organisme is, zo is het ook zaak, dat men een organisme, zoals een school dat is, langer, ja zelfs voortdurend bestudeert. 
1285 Want het kan bijvoorbeeld zijn, dat men door de bijzondere aard van het lerarencollege en het leerlingenbestand waarmee men, laten we zeggen in 1920, te maken heeft, heel anders dient te handelen dan met de leraren en leerlingen die er in 1924 zijn, daar het lerarencollege eventueel veranderd kan zijn door uitbreiding, terwijl er al heel zeker andere kinderen zullen zijn... Bruikbaar is alleen hetgeen men door de dagelijkse waarneming in de klas oogst. 
1286 Wanneer ik over de organisatie van de Waldorfschool spreek, dan is het hart daarvan de lerarenconferentie, de lerarenconferenties die steeds van tijd tot tijd gehouden worden. Als ik zelf in Stuttgart kan zijn gebeurt dat onder mijn leiding, maar anders vinden deze lerarenconferenties ook plaats met betrekkelijk korte tussenpozen. Daar wordt werkelijk tot in details voor het gehele lerarencollege gesproken over de gehele school, over wat elke, afzonderlijke leraar in zijn klas voor ervaringen kan hebben. Zodat deze lerarenconferenties voortdurend de tendentie bezitten de school tot een organisme te vormen, op dezelfde manier waarop het menselijk lichaam een organisme is, doordat het een hart heeft. 
1287 Het gaat bij deze lerarenconferenties zeer zeker niet zozeer om abstracte regels en beginselen, dan wel om de goede wil bij de leraren tot samenleving, tot het vermijden van elke vorm van rivaliteit. En in de eerste plaats gaat het erom dat men iets, dat de ander van nut kan zijn, alleen naar voren kan brengen, wanneer men voor elk kind de vereiste liefde bezit. Daarmee bedoel ik dan geen liefde in de meer gangbare betekenis van het woord, maar de liefde van een kunstzinnige leraar. 
1290 Voor de opvoeder ligt dat heel anders dan voor wie de zaken meer van buiten af beziet. En zo gaat het er werkelijk om, deze bijzondere liefde te ontwikkelen, waarover ik nu gesproken heb. Dan weet men ook in de lerarenconferentie iets te zeggen dat ter zake doende is. Want met betrekking tot de maatregelen die men bij gezonde kinderen te treffen heeft, is er niets nuttiger dan wat men kan waarnemen aan abnormale kinderen. 
1292 Door een dergelijke organisatie hebben wij het in elk geval zover gebracht, dat voor de bijzondere aard van de Waldorfschool in korte tijd waardering is ontstaan, doordat het aantal kinderen dat wij in het begin hadden - tegen de tweehonderd heb ik gezegd - snel groeide, zodat we nu al een aantal bereikt hebben van tegen de zevenhonderd kinderen, nu echter verdeeld over alle klassen (tot en met de twaalfde), zodat de Waldorfschool nu werkelijk in de beste zin van het woord als een school voor iedereen georganiseerd is. 
1293 We moesten voor de meeste klassen, met name de laagste, parallelklassen maken, zodat we een klas 1a, 1b enzovoorts hebben, omdat we langzamerhand te veel kinderen voor één klas kregen. Daardoor werden natuurlijk wel steeds zwaardere eisen aan de Waldorfschool gesteld. Want als men probeert de gehele organisatie te bedenken vanuit het leven zelf, dan betekent elk kind dat men erbij krijgt een nieuwe les, een nieuw gegeven waar men in thuis moet geraken, om opnieuw door een adequate bestudering van de mens de juiste verhoudingen te vinden tot het organisme, dat er een nieuw lidmaat heeft bij gekregen. 
1294 We hebben de zaken op de Waldorfschool zo geregeld, dat in de eerste plaats het hoofdonderwijs tijdens de ochtenduren gegeven wordt. Het hoofdonderwijs begint in de winter om acht uur, kwart over acht, en in de zomer iets eerder. 
1337 Tegenwoordig is men vaak van mening dat de arts in de school moet komen. Men zou het liefst het instituut schoolarts steeds verder uitbreiden. Maar net zo min als het goed is als men de verschillende takken, de diverse onderdelen van het onderwijs verdeelt onder verschillende leraren die niets met elkaar uitstaande hebben, net zo min is het pedagogisch juist als men het gebied van de lichamelijke gezondheid overlaat aan iemand, die niet werkelijk deel uitmaakt van het lerarencollege als geheel. Dat brengt vanzelfsprekend een moeilijkheid met zich mee. 
1451 Ze (de voordrachten) zullen ook aangeven in hoeverre reeds in onze Waldorfschool in Stuttgart de praktische poging gedaan is met de principes die vanuit de antroposofie op pedagogisch-didactische wijze ontwikkeld kunnen worden.
1454 Hoe principieel de Waldorfschoolpedagogiek en -didactiek rekening houdt met de diepste wortels van het moderne leven, en hoe daardoor deze Waldorfpedagogie eigenlijk in principe van meet af aan een soort verrader is tegenover wat zij zelf met haar naam wil aanduiden: pedagogiek - een gewaardeerde oude Griekse naam, voortgekomen uit de ernstige toewijding aan pedagogische beschouwingen door Plato, door de platonici. 
1455 Pedagogie - we kunnen die pedagogie tegenwoordig toch echt niet meer gebruiken, we moeten haar eigenlijk weggooien; want alleen al door haar naam laat ze ons zien wat ze wil bereiken in de grootst denkbare eenzijdigheid. Dat konden de geachte bezoekers toch onmiddellijk in de Waldorfschool ontdekken. 
1456 Bedenkt u maar eens dat de bezoekers van de Waldorfschool - tegenwoordig is dat niets bijzonders, maar ik wil alleen naar voren brengen dat dus de Waldorfschoolpedagogie rekening houdt met de moderne stromingen - bedenk dat de bezoekers in dezelfde klas jongens en meisjes bij elkaar aantreffen, op dezelfde manier opgevoed, op dezelfde manier onderwezen. 
1463 Kwam dan volgens de oude principes de algemene mens tevoorschijn wanneer de opvoeding, het onderwijs afgesloten was? Nooit! Maar tegenwoordig is de mensheid beslist op weg om de mens, de zuivere, onvertroebelde, ongedifferentieerde menselijkheid te zoeken. Dat dit nagestreefd moest worden komt al naar voren uit heel de wijze waarop de Waldorfschool werd ingericht. 
1464 Het begon met het idee om de kinderen van de proletariërs in de Waldorf-Astoriafabriek onderwijs te geven. En omdat degene die deze fabriek leidde lid was van de antroposofische vereniging, wendde hij zich tot mij om dit onderwijs in te richten. Ikzelf kon dit onderwijs niet anders dan vanuit de wortels van de antroposofie inrichten. 
1465 Zo ontstond de Waldorfschool eerst als een heel algemene, je zou zelfs kunnen zeggen, vanuit het proletariaat ontwikkelde mensheidsschool. En alleen omdat degene die eerst het idee voor deze school had tegelijk antroposoof was, werd deze school antroposofisch. 
1466 Het is dus een gegeven feit dat dit pedagogisch geheel beslist uit een sociale wortel is voortgekomen en met betrekking tot de hele onderwijsgeest, tot zijn hele onderwijsmethode zijn wortels in de antroposofie zoekt. 
1483 En zo dus zijn de principes van de Waldorfschoolpedagogie niet ergens iets revolutionairs. We erkennen als de Waldorfschoolpedagogie absoluut het grootse, het te waarderen en sympathieke dat door de pedagogen van alle landen in de 19e eeuw op zo'n voortreffelijke wijze tot stand is gebracht. 
1484 We willen niet alles omverwerpen en ons aan de overtuiging overgeven dat we alleen maar iets radicaals nieuws zouden kunnen oprichten. 
1554 Uit het inzicht in dit feit is de Waldorfschoolpedagogie voortgekomen. Die berust op de vraag: hoe kan er opgevoed worden als de ziel tussen het zevende en veertiende levensjaar de revolte tegen het conserveren van de kinderjaren doorzet? Hoe kan er echter opgevoed worden als de mens bovendien nog die oude, middeleeuwse verhouding tot traditie en geheugen heeft verloren? Buiten heeft de mens het vertrouwen in de traditie verloren; binnen wil de mens een vrij wezen worden, dat op elk ogenblik onbevangen tegenover het leven wil staan. Hij wil niet zijn hele leven lang op de grondslag van herinnering staan. 
1632 Van dit principe is de Waldorfschoolmethode niet uitgegaan, maar zij is ervan uitgegaan dat je nog niet weet hoe er opgevoed moet worden, en dat je je vooral een grondig, fundamenteel menskundig inzicht moet toe-eigenen. 
1633 De eerste pedagogische cursus voor de Waldorfschool bestond daarom uit een grondig menskundig inzicht, opdat de Waldorfschoolleerkrachten geleidelijk zouden leren wat zij nog niet konden weten: hoe er opgevoed moet worden. Want hoe er opgevoed moet worden, kun je pas weten als je weet hoe de mens eigenlijk is. 
1634 Een grondig, fundamenteel menskundig inzicht was dat wat in de eerste plaats de Waldorfschoolleerkrachten in de pedagogische cursus kregen aangereikt. Daarvan kon men dan hopen dat ze het innerlijke enthousiasme en de liefde voor de opvoeding krijgen uit het beschouwen van de ware mensennatuur. 
1640 En als de Waldorfschoolmethode iets zal bereiken, dan zal dat met name gebeuren doordat ze ervan uit is gegaan in plaats van onkunde omtrent het menselijk wezen de kennis van het menselijk wezen te zetten. En in plaats van een slechts uiterlijk antropologisch over de mens kletsen een werkelijk antroposofisch inzicht in het innerlijk van de mensennatuur te zetten, dat wil zeggen de geest als iets levends in de lichamelijke mens tot in de lichamelijke functies binnen te dragen. 
2145 Dit algemeen-menselijke in onderwijs en opvoeding dat ik voor de meest uiteenlopende takken van onderwijs moest karakteriseren, dat moet in het Waldorfschoolprincipe gestalte krijgen doordat deze Waldorfschool in geen enkele richting een school is met religieuze of filosofische overtuiging, of een school met een bepaalde wereldbeschouwing. 
2146 En in dit opzicht was het natuurlijk nodig, juist voor een schoolsysteem dat zich vanuit de antroposofie heeft ontwikkeld, ernaar te streven dat nu deze Waldorfschool in de verste verte niet een antroposofenschool wordt of een antroposofische school is. Dat mag ze zeer beslist niet zijn. 
2150 Doordat de Waldorfschool in de eerste plaats de proletarische stand heeft ontwikkeld - ze was de school van een industriële onderneming, dat is ze vandaag al lang niet meer, ze is een school voor alle standen geworden - waren er in het begin met name overwegend niet-confessionele kinderen. 
2307 De Waldorfschool is een in zichzelf afgerond organisme, en veel misverstanden kunnen heersen met name bij de principes die in deze school heersen, als je niet in de gaten houdt hoe de school als een geheel organisme gedacht is. Je kunt bijvoorbeeld van mening zijn dat het genoeg is dat je de school een, twee, drie dagen bezoekt, en je bekijkt wat er tijdens deze twee, drie dagen gedaan wordt. Je vindt dat genoeg: je hebt gezien hoe er in deze Waldorfschool wordt onderwezen. Dat is niet het geval. Je hebt dan eigenlijk niets bijzonders gezien. Wat je daar gezien hebt is vergelijkbaar met een stuk dat je uit een schilderij hebt gesneden en waarnaar je nu het hele schilderij wilt beoordelen. 
2308 Stelt u zich voor, u heeft een groot historisch schilderij, u heeft een groot schilderij, u snijdt daar een stukje uit en laat dat aan iemand zien. Hij zal dat hele schilderij niet naar dit kleine stukje kunnen beoordelen; want juist waar het bij de Waldorfschool om gaat, dat is dat elke afzonderlijke activiteit geplaatst wordt in het organisme van de hele school. 
2309 Je leert dus veel meer van de Waldorfschool kennen als je gewoonweg haar principes leert kennen, haar hele structuur, het hele organische samenwerken van, laten we zeggen, de achtste klas met de vierde klas, van de eerste met de tiende klas, dan als je een enkel eruit genomen stukje leert kennen. 
2310 Want de schoolorganisatie is zo gedacht dat elke afzonderlijke bezigheid in de tijd op de juiste plaats staat en met het geheel overeenstemt. En vanuit dit gezichtspunt zijn ook de afzonderlijke onderwijsvakken in de school opgenomen. 
2327 In het organisme dat een school moet vormen, zoals ik dit organisme heb beschreven, staat al het afzonderlijke daar organisch geïntegreerd in. En alle verschillende draadjes van activiteiten die moeten worden uitgeoefend opdat het gehele organisme van de Waldorfschool leeft, komen samen in de lerarenvergaderingen, die zo vaak mogelijk plaatsvinden. En bij een groter aantal van zulke vergaderingen in de loop van het jaar ben ik zelf aanwezig. 
2328 Deze lerarenvergaderingen zijn er niet voor bestemd om getuigschriften voor de leerlingen voor te bereiden, om zich over de bestuursaangelegenheden van de school te beraden en dergelijke; of over de straffen die voor de leerlingen moeten worden vastgesteld als ze iets fout hebben gedaan en dergelijke. Nee, deze lerarenvergaderingen zijn eigenlijk de voortdurende levende hogeschool voor het lerarencollege. Zij zijn het voortdurende seminar. 
2329 Ze (lerarenvergaderingen) zijn dat doordat voor de leerkracht weer elke afzonderlijke ervaring die hij in de school opdoet, thema voor zijn eigen onderwijs, voor zijn eigen opvoeding wordt. 
2330 En inderdaad, wie op deze wijze, terwijl hij lesgeeft, terwijl hij opvoedt, tegelijkertijd enerzijds het diepste psychologische inzicht in de directe praktijk haalt uit het omgaan met het onderwijs en de opvoeding, en anderzijds uit het bijzondere karakteristieke - de karakters, de temperamenten van de kinderen - wie zo'n zelfopvoeding, zo'n onderwijs voor zichzelf uit de praktijk van het lesgeven haalt, die zal voortdurend iets nieuws vinden. Iets nieuws voor zichzelf, iets nieuws voor het hele lerarencollege, waarin alle ervaringen, alle inzichten die verkregen worden in het uitoefenen van het onderwijs in de vergaderingen moeten worden uitgewisseld. 
2331 Zodat het lerarencollege echt innerlijk geestelijk-zielsmatig een geheel is, zodat iedereen weet wat de ander doet, wat de ander voor ervaringen heeft opgedaan, in hoeverre de ander vooruitgekomen is door wat hij in zijn klas met de kinderen heeft beleefd. 
2332 De beste werking zal vermoedelijk zijn dat door zulke vergaderingen, door zo'n vergaderleven de leraren voortdurend in innerlijke levendigheid blijven, eigenlijk zielsmatig en geestelijk in werkelijkheid niet oud worden; want de leraar moet er juist naar streven om zielsmatig en geestelijk jong te blijven. Maar dat kan alleen als er een echt geestelijk-zielsmatig levensbloed naar een centraal orgaan stroomt, zoals het menselijk bloed naar het hart, en van daaruit weer naar buiten stroomt. Dat is geconcentreerd als een geestelijk-zielsmatig krachtensysteem in dat wat gezocht wordt in de Waldorfschool als het leven in de lerarenvergaderingen, die wekelijks en dus, zoals gezegd, ook van tijd tot tijd in mijn aanwezigheid worden gehouden. 
2333 Ik wil graag nog wijzen op iets kleins, dat echter belangrijk is. We hebben, zo zei ik, in de klassen jongens en meisjes door elkaar. Omdat we natuurlijk de kinderen uit het leven binnen krijgen, hebben we klassen waar de meisjes in de meerderheid zijn, andere klassen waar de jongens in de meerderheid zijn, en weer andere waar het aantal jongens en meisjes in evenwicht is; en we kunnen helemaal afzien van wat daar uiterlijk plaatsvindt: een rationalist, een intellectualist zal komen en zal zulke dingen op rationalistische, intellectualistische wijze verklaren. Maar dat raakt gewoonlijk niet wat het eigenlijke leven uitmaakt. 
2334 Geef je les in een klas waar de meisjes in de meerderheid zijn, dan is het daarin heel anders dan in een klas waar meisjes en jongens in gelijke aantallen of de jongens in de meerderheid zijn. De klassen krijgen hun eigen stempel niet door wat de jongens met de meisjes misschien zelfs ook aan allerhande kleine nutteloze dingen doen, maar gewoon door imponderabilia, door dingen die zich helemaal onttrekken aan de uiterlijke intellectualistische waarneming, krijgen de klassen door de meerderheid van het een of het andere geslacht hun speciale stempel. En als je het hele onweegbare, imponderabele leven van de klas voortdurend bestudeert, zijn de meest interessante inzichten te verkrijgen. 
2336 En net zoals naar het centrum toe de lerarenvergadering voor ons iets wezenlijks is, zo is naar de periferie toe dat wat we in de ouderavonden hebben, iets buitengewoon belangrijks. We proberen ten minste van maand tot maand, maar in ieder geval van tijd tot tijd ouderavonden te beleggen. 
2337 Dan proberen we de ouders die kinderen op onze school hebben en die kunnen komen natuurlijk, bijeen te brengen; en dan wordt door de leraren voor de ouders datgene verteld wat een verbinding kan scheppen tussen de schooljeugd en het ouderlijk huis. En juist op dit hele schoolwezentegemoetkomende begrip van de kant van de ouders rekenen we zo sterk. 
2339 En aan deze echo die dan op de ouderavonden de leraren weer tegemoetkomt, komt ook van de andere kant tot leven wat de leraar nodig heeft, wat de leraar met name nodig heeft om steeds zelf innerlijk levendig te blijven.
2344 U zult hebben gezien dat het werkelijk, ook al stamt het Waldorfschoolprincipe uit een heel bepaald taalgebied, daarbij helemaal niet om iets nationaals gaat, maar om iets in de beste zin van het woord internationaals, want algemeen-menselijks. 
2346 Daarom mocht het gevoel, het beleven er zijn dat je, hoewel deze opvoeding in eerste instantie in een bepaald taalgebied is ontwikkeld, ook in een ander taalgebied mag spreken over deze opvoeding, die immers beslist in deze zin internationaal is. 
2347 Welnu, we kunnen, als we vandaag het oprichten van zulke scholen aanpakken, toch niets anders doen dan wat ook het lot van de Waldorfschool was: we kunnen alleen zogezegd modellen maken, voorbeeldscholen. Want pas wanneer dat wat ten grondslag ligt aan dit onderwijssysteem, in de breedste kringen van de publieke opinie wordt ingezien, dan kan immers pas hetgeen hier als impuls wordt gegeven, op de juiste wijze vruchtbaar worden. 
2351 De opvoeding van heel jonge kinderen tot aan het zevende jaar is natuurlijk iets wat iedereen die zich zo'n opgave stelt, zoals bij de Waldorfschool het geval is, buitengewoon grote zorgen baart. We zijn, door uiterlijke omstandigheden daartoe gebracht, met de leeftijd begonnen die men in Duitsland de leerplichtige leeftijd noemt, dus met een school voor kinderen vanaf zes of zeven jaar. 
2352 En ik moet toegeven, wanneer je probeert om iets voor de vooruitgang van de pedagogie te doen vanuit zulke fundamenten, zoals dat bij de Waldorfschool is gebeurd, dan betekent dat een buitengewoon vérgaand werken daaraan. We zijn in eerste instantie met acht klassen begonnen, met kinderen tussen het zesde en veertiende levensjaar, en hebben er dan sinds 1919 steeds een klas aan toegevoegd, zodat we nu al twaalf klassen hebben. We hebben dus kinderen tussen het zesde en zeventiende, achttiende levensjaar, en we willen de kinderen zo ver brengen - ja, je mag bij ons niet meer 'kinderen 'zeggen op deze leeftijd - dus laten we zeggen, we willen de jonge dames en heren zo ver brengen dat ze naar een universiteit of een andere hogeschool kunnen gaan. Dit moesten we ons de afgelopen vier tot vijf jaar tot taak stellen. 
2353 Meermaals is ook al de vraag naar een kleuterschool opgekomen. Ik moest tot nu toe, onder de omstandigheid dat er elk jaar een nieuwe klas ingericht is, de vraag van de kleuterschool opzijzetten, eenvoudig omdat het helemaal niet mogelijk zou zijn geweest het pedagogische probleem aan te kunnen om steeds een nieuwe klas, dus een negende, tiende, elfde, twaalfde klas op de juiste wijze pedagogisch in te richten en ook nog naar wat er voor zit te gaan. 
2362 Het andere wat ik nog zou willen aanstippen is de vraag hoe het gesteld is met onze relaties met de overheid, met de onderwijsinspectie. Daarbij mag wel gezegd worden dat het eigenlijk al een diepere betekenis heeft dat de Waldorfschool juist in Württemberg is, want Württemberg had voordat de nieuwe voorzieningen getroffen waren - die werden immers pas getroffen door het parlement na de oprichting van de Waldorfschool - Württemberg had een heel zeldzaam vrije schoolwetgeving, wat in slechts zeer weinig gebieden, die verder, uiterlijk bekeken, een veel liberaler indruk maken nog mogelijk was. 
2363 Het was zo dat ik bijvoorbeeld persoonlijk gewoon de leraren naar mijn persoonlijk oordeel kon aanstellen, zonder ernaar te moeten kijken of ze een of ander staatsexamen hadden of niet. Dat was alleen door de vrije schoolwetgeving in Württemberg mogelijk. Het is inderdaad, mag ik wel zeggen, een soort uitsparing in de wereld geweest daar in Württemberg doordat je een in de eminentste zin vrije school zo kon oprichten. 
2364 Want wat de algemene veronderstellingen van de staat betreft kon het volgende gedaan worden, en in dit opzicht kwam de Württembergse overheid ons daadwerkelijk met volledig begrip tegemoet: ten grondslag moest liggen de kennis van de mens. 
2366 Welnu daarmee stemt meestal het uiterlijke leerplan niet overeen; maar ik kon nu de mogelijkheid krijgen om aan de afdeling onderwijs van de Württembergse overheid een memorandum voor te leggen meteen bij de oprichtingsbijeenkomst van de Waldorfschool. 
2367 In dit memorandum zette ik uiteen dat we natuurlijk een zekere speelruimte moeten hebben, waarbinnen we ons geheel en al alleen maar richten naar wat we vanuit de menselijke natuur methodisch voor juist houden. En zo zei ik: ik zou graag vanaf het binnenkomen in de school tot aan het negende levensjaar, voor de eerste drie klassen, vrije speelruimte willen krijgen om het leerplan in te richten en de methoden zoals ze zijn; maar dat dan het kind in het negende levensjaar in staat is om over te stappen naar de vierde klas van elke andere school. Dan is er weer vrije speelruimte nodig tussen het negende en twaalfde levensjaar; daartussen kan in de klassen de indeling gemaakt worden zoals wij die voor juist houden. Op het twaalfde jaar kan het kind weer overstappen naar de overeenkomstige klas van een gewone school. En zo ook met het voltooide veertiende jaar. En vanaf daar is dan geen staatstoezicht meer, maar alleen de uiterlijke eis dat wanneer de betreffende personen naar de universiteit gaan, zij hun examen moeten doen. 
2368 Zo kon helemaal vanaf het begin volledig een modus gevonden worden - weliswaar een compromis, maar waar bestaat er tegenwoordig iets anders dan compromissen? Zonder compromissen zullen we pas kunnen werken als er een algemeen begrip voor de Waldorfschool zal zijn gevonden. Het is dus absoluut mogelijk geweest om een zo groot mogelijke speelruimte te krijgen van de overheid. 
2369 Voor het overige kan alleen maar gezegd worden dat ik eigenlijk met alle manieren waarop de overheidsinstanties ons tegemoet zijn gekomen buitengewoon tevreden kan zijn. Ik had me eigenlijk niets beters in dit opzicht kunnen wensen. De Waldorfschool kan zich tot nu toe ten opzichte van de bestaande onderwijsinspectie op buitengewoon vrije manier ontwikkelen. 
2370 Er zullen problemen zijn als de jonge mensen moeten overstappen naar de universiteit; daar moeten ze voor hun examens slagen, en we weten toch hoe het bij examens kan toegaan, hoeveel dan van het zogenaamde geluk enzovoort kan afhangen. Maar de Waldorfschool kon zich volstrekt als een vrije school in dit opzicht ontwikkelen, en we kunnen zeggen dat juist de onderwijsinspectie een bepaalde, grote interesse ervoor heeft getoond. In dit opzicht mogen we eigenlijk helemaal niet klagen. Dat moet benadrukt worden. 
2371 Alleen, vanzelfsprekend wacht ons de dreiging dat, naarmate de mensheid verder in de vooruitgang voortgaat, in de stijl die nu eenmaal in de huidige chaos gewoonte is geworden, dat er onvrijere situaties komen waar we op afstevenen. Dus kan het natuurlijk absoluut onder de komende nieuwe wet op het basisonderwijs zo zijn dat men ons ooit moeilijk gemaakt gaat worden. Tot nu toe was daar helemaal geen sprake van. 
2382 Het is in ieder geval bij ons op de Waldorfschool aan de ene kant een bepaalde pedagogie, aan de andere kant echter hebben we de grootst mogelijke vrijheid. We hebben voor de meeste klassen parallelklassen: klas 1A, klas 1B, klas 2A, klas 2B enzovoort, omdat we immers in de loop van de tijd heel veel leerlingen hebben gekregen. Als u nu in klas 1B binnenstapt, dan is die niet zoiets als een kopie van klas 1A. 
2411 Meneer C. schijnt een zekere bezorgdheid te hebben dat door de woorden die ik hier enige dagen geleden heb uitgesproken, de Griekse cultuur en civilisatie voor de mensheid verloren zou kunnen gaan. Nu is daartegen eerst alleen al het feitelijke in te brengen dat wij inze Waldorfschool feitelijk Grieks en Latijn onderwijs voor zover geven als die leerlingen het nodig hebben die het eindexamen gymnasium moeten doen. 
2412 We hebben het echter zo ingericht dat de Griekse en Latijnse lessen in eerste instantie niet verplicht worden gegeven, maar voor die leerlingen die het zelf wensen of van wie de ouders het willen. 
2413 Er is tot nu absoluut een zekere vraag naar dit Griekse en Latijnse onderwijs, en we zullen een aantal leerlingen, jongens en meisjes, komend Pasen voor het eerst naar het gymnasiumexamen laten gaan; zodat dus absoluut bij ons vooreerst gezorgd is voor dit geven van het Grieks-Latijnse onderwijs zoals aan andere gymnasia. 
2469 Beste vrienden! Het is onze plicht het belang van onze opdracht te beseffen. Wij zullen dat doen, wanneer we weten dat deze school een bijzondere opdracht heeft te vervullen. En daarom willen we onze gedachten werkelijk zo vormgeven, dat we het bewustzijn kunnen hebben dat er iets bijzonders met deze school gerealiseerd wordt. We zullen dat pas kunnen beseffen, wanneer we de daad van de oprichting van deze school niet als het ware tot de dingen van alledag rekenen, maar wanneer we deze daad beschouwen als een feestelijke daad van de wereldorde. (uitspraak van R. Steiner opgetekend door Caroline von Heydebrand)
2478 En ik weet, beste vrienden, dat als u werkelijk in uw ziel hebt opgenomen wat we in deze veertien dagen van diverse kanten hebben belicht, het schijnbaar verre doel dichterbij zal komen, via de omweg van de gevoels- en wilswereld, in het lesgeven zelf. Ik heb in deze veertien dagen enkel dingen genoemd die in het onderwijs direct in praktijk gebracht kunnen worden wanneer u ze in uw ziel laat werken. Maar onze schoolbeweging staat of valt ermee of u innerlijk zo te werk gaat dat u werkelijk de dingen die we nu besproken hebben in uw zielen werkzaam laat zijn. 
2480 Weet u, wanneer u terugdenkt, dan zullen onze gedachten elkaar al bij de verschillende impulsen van deze veertien dagen ontmoeten. Want ikzelf, dan kan ik u verzekeren, zal terugdenken. Want deze Waldorfschool drukt zeker zwaar op de schouders van degenen die bij de oprichting en inrichting ervan betrokken zijn. Deze Waldorfschool moet lukken. Er hangt veel van af of ze lukt. Als ze lukt, dan zal het een soort bewijs zijn voor veel dingen die wij in de geestelijke ontwikkeling moeten vertegenwoordigen. 
2484 De dank die de heer Molt heeft uitgesproken, wordt ook door mij zelf warm gevoeld namens de geest die de Waldorfschool zal doordringen, de geest die steeds meer de geest van de Midden-Europese cultuur zal worden. Zij die zichzelf materialistisch maken, die hun ziel verliezen zodat de cultuur een materialistische cultuur zou worden, die mensen zouden nu nog gered kunnen worden als dat wat wij hier als gedachtegoed op de Waldorfschool hebben, zich verder in de wereld zou kunnen verbreiden. 
2485 Wij moeten vanzelfsprekend de Waldorfschool behoeden voor elk surrogaatwezen. Het moet ons duidelijk zijn dat we in zekere zin steeds terughoudender moeten zijn ten opzichte van alle lieden die, als ze gehoord hebben dat de Waldorfschool opgericht is, het nu als hun volgende opgave zien om hun gelanterfant uit te dijen en ook op de Waldorfschool gaan rondsnuffelen door hier te komen hospiteren om een snufje hiervan mee te nemen, zodat ze iets dergelijks hier en daar terloops kunnen invoeren. Het moet ons duidelijk zijn dat het er niet om gaat te propaganderen dat er zo veel mogelijk doorgewinterde lanterfanters hier komen hospiteren, maar dat het erom gaat dat de antroposofische geest waaruit de navolgende Waldorfscholen moeten komen, apert aanwezig zijn. 
2486 Een paar maanden geleden kwam iemand bij mij die ook in Frankrijk zoiets als een Waldorfschool wilde oprichten en ze vroeg of ik geen adviezen daarvoor zou kunnen geven en of ze niet hier op de Waldorfschool zou kunnen hospiteren. Ik heb haar gezegd dat ik wat zij in Frankrijk, in Parijs, wilde oprichten alleen zou erkennen wanneer dat de geest van de Waldorfschool waardig zou zijn en alleen dan als het helemaal precies zou worden ingericht als de Waldorfschool ingericht is. De Franse vrienden zouden dan om te beginnen bereid moeten zijn om mij daar uit te nodigen om een cursus te geven, en uitdrukkelijk verklaren dat de school vanuit dezelfde geest is voortgekomen. Anders zou ik absoluut afkeuren dat er sprake is van zoiets als het na-apen van de Waldorfschool. 
2487 Denk nu niet dat zulke antwoorden alleen maar eigenzinnig zijn. U moet goed begrijpen dat we niet verder komen als we ons niet op het absoluut antroposofische standpunt stellen, als wij ons niet behoeden voor welk ergens vandaan geproduceerd compromisgedoe dan ook. We moeten ons op een scherp omlijnd standpunt stellen en dan is het niet uitgesloten dat we zelfs in Parijs een Waldorfschool kunnen oprichten. 
2488 Als zulke mensen die binnen het huidige pedagogische leven werken, ons lof toezwaaien, dan moeten wij bedenken: er klopt bij ons iets niet. We hoeven niet meteen iedereen die ons lof toezwaait eruit te gooien, maar het moet ons duidelijk zijn dat we zorgvuldig moeten onderzoeken wat wij niet goed gedaan hebben, als we geprezen worden door de mensen die in het huidige opvoedingssysteem werken. Daarvan moeten we grondig overtuigd raken. 
2507 Daarom zullen we de school niet regeringsachtig organiseren, maar beheersmatig inrichten en republikeins besturen. In een werkelijke lerarenrepubliek zullen we geen ruggensteuntjes hebben in de vorm van regels van de schoolleiding maar moeten we zelf datgene inbrengen (en in ons dragen)  wat ons de mogelijkheid geeft, wat een ieder van ons de volle verantwoordelijkheid geeft voor dat wat ons te doen staat. Ieder moet individueel volledig verantwoordelijk zijn. 
2508 Ik zou in alle zaken die op onze geestelijke beweging betrekking hebben -  en de structurering van de Waldorfschool, voor zover het spirituele aangelegenheden betreft, waar het om gaat om pedagogisch-didactische kwesties die door het lerarencollege moeten worden behandeld, maakt deel uit van onze antroposofische beweging - in al zulke kwesties, beste vrienden, voel ik mij als de esotericus tegenover vrienden. Ik zal nooit anders kunnen voelen. (volgt een lange uiteenzetting hoe de esotericus niet moet geloofd worden als autoriteit, maar dat het de wil is van het lerarencollege om op te nemen wat de esotericus meedeelt uit de geestelijke wereld - op pedagisch vlak, op menskundig vlak)
2509 Er wordt wel naar de driegeleding toegewerkt, maar we moeten wel als doel voor ogen houden dat een instelling als de Waldorfschool, die zakelijk gezien een antroposofisch karakter heeft, dat die nu eenmaal vanzelfsprekend samenvalt met het antroposofische streven. 
2510 Zijn de leraren van de school tevreden als ze ieder voor zich lid zijn van de Vrije Hogeschool in Dornach, of willen ze als college lid worden zodat een ieder die toetreedt met deze aantekening (als leraar van de Waldorfschool). In dat geval bewerkt het lerarencollege dat de pedagogische sectie in Dornach zich met de Waldorfschool moet bezighouden, terwijl ze zich anders alleen met de pedagogie in het algemeen zal bezighouden. 
2513 Omdat de antroposofie denkt de beste pedagogie te hebben zal de school nog niet het karakter van 'antroposofisch' opgedrukt krijgen … Het gegeven dat ik (als voorzitter van de Vereniging) een functie op me heb genomen, verandert niets aan het feit dat ik persoonlijk nog leider van de school ben. De bijeenkomst (de Kerstconferentie 1924) was wel puur antroposofisch en de Waldorfschool had geen officiële relatie tot de Vereniging. Iets anders is het - wat in de loop van de tijd zou kunnen gebeuren - wanneer eventueel door bemiddeling van de leiding in Dornach, het godsdienstonderwijs door de Antroposofische Vereniging zelf te hand wordt genomen. Dat ontwikkelt zich dan organisch. Dat zullen we dan nog wel zien. 
2514 Het verschil is dat wanneer u apart toetreedt, zonder vermelding 'als leraar' lid te zijn, dat er dan in onze rondzendbrieven helemaal geen sprake zou zijn van de Waldorfschool. Specifieke problemen van de Waldorfschool zouden dan vanuit Dornach helemaal niet worden behandeld. Als u toevoegt dat u als leraar toetreedt, dan is dat voor uzelf misschien onbelangrijk. Maar voor de cultuuropgave van de Waldorfschool is het niet onbelangrijk, want alle andere leden van de Vrije Hogeschool ontvangen de berichten over wat men in Dornach over de Waldorfschool denkt. Dan wordt de Waldorfschool binnen het hele gebied van het pedagogisch-antroposofische leven geplaatst. De belangstelling zal dan verbreden tot verdere horizonten. 
2515 Er wordt dan overal waar leden van de Vrije Hogeschool zijn over gesproken: Op de Waldorfschool is dit goed en dat goed, enzovoort. Daardoor wordt de Waldorfschool een antroposofische aangelegenheid waar de Vereniging belangstelling voor heeft, terwijl het nu geen antroposofische aangelegenheid is. Voor u is het om het even. De problemen die in Dornach worden behandeld, zullen natuurlijk andere zijn dan die hier worden aangesneden. 
2516 Maar het kan ook mogelijk zijn dat het voor ons nuttig is om dezelfde problemen ook hier in de bijeenkomst aan te snijden. Maar voor de hele Vereniging is het niet hetzelfde. Voor de antroposofische pedagogie zal het iets groots zijn. Zodoende verwezenlijkt u iets van de opdracht van de Waldorfschool. Zodoende verwezenlijkt u iets van wat u eigenlijk wilt: dat de Waldorfschool wordt opgenomen in de hele cultuuropdracht die de antroposofie heeft. Het kan bijvoorbeeld zo zijn: de bijeenkomst van de Waldorfschool in Stuttgart heeft een bepaald vraagstuk opgeworpen. Dan wordt dat vraagstuk als een aangelegenheid van deVrije Hogeschool beschouwd.