4 DECEMBER : BARBARA

Luc Cielen in Rinkkrant 712 van 28 november 2003


Het is een zeer geliefde meisjesnaam. Je komt hem tegen als :

Barbara - Berb - Barbe - Borbara (Hong) - Varvara (Rusland) - Bara - Barbora (Tsjechië) - Bärbel - Babs - Barber - Barbie - Berben - Berbers - Berbel - Berb. Hij wordt zowel als voornaam als familienaam gebruikt.

De naam betekent : geboren in het buitenland, vreemdelinge


Het thema van de prinses in de toren is een echt sprookjesthema. En dat is het wat we in de figuur van Barbara gaan tegenkomen. Niet dat ze een sprookjesachtig leven heeft gehad, nee, ze heeft zelfs helemaal géén leven gehad. Ze heeft - weeral - niet eens bestaan. Dat heeft de Kerk in de twintigste eeuw ingezien en in 1969 is ze dan ook van de heiligenkalender verdwenen. Is daarmee mijn verhaal afgelopen? Verre van. Het is nog maar eens gebleken : hoe minder leven, hoe meer legende. En Barbara ontsnapt daar niet aan. Vermits ze niet geleefd heeft, is er dus legende in overvloed.

 

Haar geboortejaar is niet bekend, maar ze zou geleefd hebben in de derde eeuw, tijdens de kerkvervolgingen onder keizer Maximinus Daia. Ze was de dochter van Dioscorus, een rijk man uit Nicomedië, de stad die nu Izmid heet en in Turkije ligt. Ze was, volgens de verhalen, buitengewoon mooi, bovendien ook nog eens zeer geleerd en beschikte over een scherp verstand. Ze was een leerlinge van de grote bijbelgeleerde Origenes. Zoals te verwachten, werd ze zeer begeerd door de rijkste, knapste en mooiste jongelingen van Nicomedië. Maar zij voelde aan dat er voor haar meer was weggelegd. En dat bleek ook vrij snel, want ze kwam in contact met de groep christenen in haar geboortestad.

 

Wat ze daar over Christus vernam, en de levenswijze van deze mensen, boeide haar ten zeerste en steeds meer frequenteerde zij de bijeenkomsten. Nu hadden die christenen niet zo’n goede naam - er waren mensen die beweerden dat ze kinderen offerden - en toen haar vader vernam van haar contacten met de christenen, verplichtte hij haar om daar van af te zien. Maar Barbara was niet alleen mooi, rijk en slim, ze was ook koppig, en bleef dus verder gaan met haar bezoeken. Ten einde raad besloot de vader haar in een toren op te sluiten. Dan was hij tenminste zeker dat ze thuis bleef. Hij liet de plannen tekenen, contacteerde een aannemer, en de werkzaamheden begonnen. Maar toen moest hij voor korte tijd op reis en van zijn afwezigheid maakte Barbara gebruik om een en ander aan de plannen te wijzigen. Er waren twee ramen voorzien op het plan, maar Barbara kon de aannemer ertoe bewegen drie ramen te maken. Zo kon ze voortdurend herinnerd worden aan de heilige Drievuldigheid. Als de vader terugkomt van zijn reis, ziet hij tot zijn grote verbazing drie ramen. Hij trekt woedend naar de aannemer en vraagt wat dat te betekenen heeft. De arme man moet het antwoord schuldig blijven, maar dochter Barbara geeft hem de verklaring, waarop de vader nog meer rood aanloopt. Omdat het nu toch al helemaal de verkeerde kant opgaat, bekent Barbara ook maar ineens dat ze intussen gedoopt is en dat ze besloten heeft om maagd te blijven. De vader is in alle staten. Hij wil zijn dochter slaan, maar ze vlucht weg. De jonge maagd is aanzienlijk sneller dan de oude vader en verbergt zich in het gebergte.

 

De vader raakt haar spoor bijster, maar een herder wijst hem waar hij Barbara heeft zien lopen. Zo vindt hij haar, leunend tegen een rotswand. Hij stormt op zijn dochter af, wil haar een flink pak slaag geven, maar zie, amper heeft hij zijn hand opgeheven, of daar opent zich de rotswand en ze verdwijnt voor zijn ogen achter de rotswand. Dit feit zal haar later tot patrones maken van al wie in de aarde graaft en delft, van alle mijnwerkers dus. Amper is zijn woede op de rotswand bekoeld of daar verschijnt Barbara weer onder de levenden. Dioscorus grijpt haar vast en sleurt haar voor de stadhouder. Die begrijpt de woede van de vader al te zeer, en weet ook dat hij door de keizer verplicht is de christenen te vervolgen, dus laat hij Barbara dan ook eens goed geselen. Het heeft geen zin, want voor Barbara zijn de geselslagen als zachte strelingen met een pauwenveer. Daarom wordt ze later ook al eens met een bundeltje pauwenveren afgebeeld. De arme Barbara, die vol wonden staat, wordt naar de toren gebracht en daarin opgesloten. Maar ‘s nachts verschijnt Christus, zalft haar wonden en schenkt haar het hemelse voedsel, de hostie. De stadhouder ziet dat het geselen geen zin heeft gehad. Hij geeft dan maar de opdracht aan zijn soldaten om haar met een knots te slaan. Barbara geeft zich niet gewonnen. Dan maar met fakkels branden, dat zal ze toch wel voelen. Maar Barbara blijft glimlachen alsof ze de heerlijkste momenten van haar leven meemaakt. Dan is het genoeg geweest voor de stadhouder. Met deze maagd is niets aan te vangen : “Snijdt haar borsten er maar af.” De soldaten doen wat gevraagd wordt en zo verminkt willen ze haar - tot lering en voorbeeld van al wie zich nog aan het crhistendom waagt - door de stad laten lopen. Maar een engel verschijnt en omhult de arme Barbara met een wit kleed.

 

De stadhouder is werkelijk ten einde raad. Niets heeft geholpen. Hij trekt zijn zwaard en beveelt haar te onthoofden. De soldaten vinden het blijkbaar toch wat te ver gaan, en het is ten slotte de vader zelf die het zwaard hanteert en zijn eigen dochter het hoofd afslaat. Dat doet hij boven op een berg, wat misschien met een ijzeren zwaard in de hand enigszins onvoorzichtig kan genoemd worden, want zie, amper is het hoofd van Barbara gevallen of een bliksemschicht slaat uit de hemel neer en treft Dioscorus dodelijk.

 

 

Barbara wordt meestal met een toren afgebeeld. Zo kan je haar gemakkelijk herkennen. Maar soms werd die toren niet herkend, en dacht men dat het de loop van een kanon was; de kunstenaar van dienst zal niet zo’n helder moment gehad hebben. En degenen die dachten dat het een kanon was, riepen haar uit tot patrones van de schutters, van de artilleristen, de soldaten, de ontmijners en de vuurwerkmakers. Als torenmaagd beschermt ze de architecten, de beiaardiers, de bouwvakkers, de dakbedekkers en de gevangenen.

 

In de Limburgse mijnstreek was ze de patrones van de mijnwerkers, die bij de afdaling in de koolmijn hun ‘barbaralicht’ aanstaken. Haar feestdag op 4 december heeft voor hen dezelfde betekenis als voor de meeste mensen het sinterklaasfeest. Op die dag komt Barbara haar geschenken brengen. In het Rijnland is ze trouwens de gezellin, de huishoudster van Sinterklaas.

Haar plotse bezoek aan de onderwereld (achter de rotswand) heeft haar ook tot vruchtbaarheidssymbool gemaakt en zo wordt zij aangeroepen om de akkers vruchtbaar te maken. Er is bovendien een kruid naar haar genoemd : het barbarakruid (Barbarea vulgaris), dat tot de familie van de kruisbloemigen behoort. We kennen vooral het gewoon barbarakruid ofte winterkers, een plantje dat goed op water- en tuinkers gelijkt.

 

 

We kennen ook de barbaratwijgen. Dat zijn takken van fruitbomen die op de feestdag van sint Barbara worden afgesneden en binnen in huis in een vaas worden gezet. Als ze op Kerstdag bloeien betekent het dat je het komende jaar geluk zult hebben. Je kan het ook met wildekastanjetwijgen doen of met takjes van andere bomen. Een mooi gebruik.

 

 

Barbara heeft haar naam geschonken aan een van de meest winstgevende speelgoedartikelen van de twintigste eeuw. Talloze meisjes zijn eraan verslaafd en hebben dikwijls meer dan één exemplaar. Ze hebben natuurlijk ook een uitgebreide garderobe erbij gekocht of gekregen : het gaat om de Barbiepop. Voor vele meisjes een onafscheidelijke vriendin, voor vele anderen een foeilelijk ding, een verderfelijk symbool van de American Way of Life.

 

 

Arme Barbara, amper was ze van de kalender verdwenen of ze begon als schoonheidsideaal, anorexiaslank en in veel te zoete kleurtjes, aan een nieuw leven.