VORMTEKENEN TWEEDE KLAS (groep 4)

Luc Cielen

 

Het tekenen (vormtekenen) in de tweede klas richt zich hoofdzakelijk op symmetrie- en spiegelingsoefeningen.

WERKWIJZE

1. een gedeelte van de tekening (ofwel linkerhelft ofwel rechterhelft - of bovenhelft of onderhelft) staat op het bord. Als het kan 1 of 2 dagen vr de tekenles. De tekening bevat de as (verticaal of horizontaal of een combinatie van beide) in wit krijt en de tekening in kleur (1 kleur), dus nog niet afgewerkt met diverse kleuren.

2. Bij de aanvang van de tekenles - en na de bespreking van de vorige tekening - tekent de leerkracht opnieuw de aslijn en het gedeelte van de tekening dat als opgave dient. Dus niet de hele tekening, en zeker niet de volledige tekening in kleur afgewerkt, want daardoor ontneemt men de kinderen de kans om de tekening zelf aan te vullen.

3. De kinderen tekenen met de vinger in de lucht, met de vinger op de tafel, met de voet op de vloer, met een hand enzovoort, de vorm die op het bord staat.

4. De kinderen vullen nu met de vinger of hand of voet het ontbrekende deel van de tekening aan (in lucht, op tafel, vloer enz.).

5. De linkerhelft van de tekening met de linkerhand, de rechterhelft met de rechterhand tekenen (in lucht, op tafel, vloer enz). Bij een spiegelingsoefening kan met de linkerhand de bovenste helft getekend worden en met de rechterhand de onderste helft of vice versa.

6. De kinderen tekenen nu met gewoon tekenpotlood (schetspotlood, bijvoorbeeld een HB) op een oefenblad de tekening. Ze laten die controleren door een ander kind en ten slotte door de leerkracht. Indien nodig geeft de leerkracht enkele aanwijzingen en geeft desnoods nog een tweede oefenblad. In sommige gevallen kan een derde of vierde oefenblad zinvol zijn, maar dan steeds met de nodige ondersteuning en hulp van de leerkracht.

7. De kinderen tekenen de vorm op een tekenblad:

              de aslijn(en) in schetspotlood of met lichtgeel kleurpotlood

              de vorm onmiddellijk in kleurpotlood.

8. De vorm kan afgewerkt worden door naast de lijn een tweede of zelfs een derde kleur aan te brengen. Dit moet steeds zo gebeuren dat de lijnvoering behouden blijft. Dus niet beginnen inkleuren of met korte streepjes de vorm natrekken.

9. de achtergrond van een vormtekening kan best gewoon wit blijven. Dus niet inkleuren en zeker niet met de platte zijde van een waskrijtje wat kleur laten aanbrengen. De vorm zelf moet duidelijk tegen de achtergrond staan. Wil men toch een gekleurde achtergrond, dan kan men best gekleurd papier geven.

 

In de loop van een schooljaar kunnen er een 30-tal vormtekeningen gemaakt worden op tekenpapier.

Daarnaast kunnen tal van vormtekeningen gemaakt worden in reken- en taalschriften, tijdens de betreffende periodes.

 

VOORBEELDEN:

De hier gegeven voorbeelden hoeven niet in deze volgorde gegeven te worden. Symmetrieoefeningen (rond verticale as) en spiegelingsoefeningen (rond horizontale as) kunnen door elkaar gegeven worden.

De voorbeelden zijn niet beperkend. Er kunnen tal van variaties gemaakt worden op basis van dit gegeven: rechte en gebogen lijnen in combinatie met elkaar.